Dag 3
Zo, genoeg geluierd. Gisteren heb ik het rustigaan gedaan, vandaag wilde ik er weer eens een echte dag van maken. Voor vandaag had ik bedacht weer eens naar Berlevåg te rijden. Ik ben hier de eerste keer dat ik in juni op Varanger was ook naartoe gereden. Toen had ik een overnachting gepland op Veines bij het Kongsfjord, om een dag Jan-van-Genten te gaan fotograferen vanuit Syltefjord. Deze keer zou het een dagtrip worden, dus was ik redelijk op tijd vertrokken om voldoende tijd te hebben om ook af en toe een tussenstop te kunnen maken. Wel belangrijk, mezelf kennende…
Omdat er helaas geen Ruigpootbuizerds of ander moois onderweg te zien was in Mortensnes, kon ik zonder oponthoud doorrijden naar Nesseby voor mijn eerste stop. Ik moet even halthouden bij het Kerkje, voor het uitzicht, maar natuurlijk ook omdat ik in het boek van Biotope ooit een keer gelezen had dat dit altijd een interessante plek kon zijn voor waadvogels en ander moois. Het was eb en misschien dat er daardoor niet veel op het wad net voor de kade te zien was. In de verte aan de rand van het wad zat een Zeearend waar m’n waarnemingen bij bleven. Dus snel weer in de auto gestapt om koers te zetten richting de hoogvlakte, Gednje en omgeving en uiteindelijk Berlevåg. Ik maakte m’n vaste stop bij het parkeerplaatsje bij de hoge rotswand aan de Tanaelva. Vogels trof ik er niet, maar wel een heel vriendelijke Zweedse man waar ik mee aan de praat raakte. Hij was een zeer serieus vogelaar en was oriënterend aan het rondreizen om gidsen van excursies te laten weten of er ergens iets interessants te zien zou zijn. Hij vertelde over een soort app-groep (maar dan juist géén WhatsApp) waarin de leden elkaar op de hoogte hielden van alles wat er in een grote regio gezien werd. Hij bood me aan er ook lid van te worden om zodoende voor de aankomende dagen ook op de hoogte te zijn. Zo gezegd, zo gedaan: ik had er weer een nuttige bron bij. We praatten nog even verder over interessante vogels om hier te zien en ik vertelde hem dat ik graag de Beflijster een keer in deze streek zou willen zien. Hij was daarover niet zo optimistisch: hijzelf had er nog geen op Varanger gezien en de omstandigheden waren nu ook niet ideaal: je moest daarvoor eigenlijk heel vroeg ergens zijn, óf het moest op het punt staan te gaan regenen. Aan beide criteria leek vandaag niet voldaan te kunnen worden… We zeiden gedag en gingen ieder op onze weg.
Ik ben doorgereden zonder verder te stoppen. Høyholmen heb ik overgeslagen en niets in Austertana leek te moeite waard om te stoppen. Ook de Sperweruilen leken verdwenen, het moet wel weer een erg slecht muizenjaar zijn (geweest). Op een bepaald moment gaat de weg klimmen en worden de bomen steeds kleiner en wordt hun aantal steeds kleiner. En dan opeens rijd je op de hoogvlakte: geen bomen meer maar opvallend veel sneeuw. Nadat ik een eerste hoogste punt bereikt had, daalde de weg weer iets en op een lager punt lag iets minder sneeuw en vond ik in de schaarse begroeiing een aantal Kemphanen. Iets verderop zag ik nog net een Watersnip dalen en na even te hebben moeten zoeken, vond ik ook hem in de ruige begroeiing (goed kijken…). Na een kleine 20km kwam ik aan bij Geatnjajávri, een immens meer niet ver voor de driesprong bij Gednje. Precies een jaar geleden kwam ik hier ook, maar was het water veel meer open en trof ik een koppeltje Parelduikers. Nu zat het meer grotendeels nog dichtgevroren en was er alleen een koppeltje IJseenden te zien. Man en vrouw zaten op de rand van het ijs te chillen en leken niet dichterbij te zullen komen. Daarop ben ik maar weer verder gegaan om wat langer de omgeving van Gednje af te speuren.
Bij Gednje was het beeld niet anders dan op de rest van de hoogvlakte zoals ik het had gezien: de meren waren nog grotendeels bevroren en er lag nog heel veel sneeuw. Bij de driesprong ben ik links afgeslagen om de 890 verder te vervolgen. Natuurlijk stopte ik wel direct na de afslag om de meren links en rechts van de weg af te zoeken naar oude bekenden. Alleen: die waren er niet! Beide meren waren nog grotendeels dichtgevroren, zeker die aan de linkerkant, waarschijnlijk omdat deze een stuk kleiner is, dus er zaten geen Roodkeelduikers, IJseenden, Toppers of Franjepootjes. Wat ontzettend jammer! Ik ben iets verder gereden om te zien of er daar misschien iets moois zou zitten. Het meer aan de rechterkant is eigenlijk een enorme verbreding van de Getnjejohka, een rivier die meer naar het zuiden op de hoogvlakte lijkt te ontspringen, overgaat in de Geatnjajávri en de Getnjejohka wordt om uit te monden in de Guohcagohppi die weer uitmondt in het Kongsfjord. Het is dus stromend water waardoor er ook stukken open zijn/blijven. Terwijl ik het stromende water afzocht, vloog er een Kleinste Jager vanaf rechts de weg over om uiteindelijk vrij dichtbij te gaan zitten bij z’n partner. Ik klikte ook nog mooi een Stormmeeuw mee en ben doorgereden naar het “moerasje” wat ik ooit eerder met Anders had bezocht. Al meteen zag ik een Kemphaan die wat verloren over het ijs stapte en kreeg ik een Watersnip heel mooi in beeld die al blatend en baltsend rondvloog. Even later kon ik er ook 1 vastleggen die al “gakkend” (ze maken soms een geluid wat ik het best kan opschrijven als rustig, roepend “gak-achtig” wakkawakkawakkawakkawakka) op een bultje stond. Bij het “moerasje” (weer een uitstulping van een wijder deel van de Getnjejohka) aangekomen bleek er redelijk wat open water te zijn. Hier zwom dan ook een koppeltje IJseenden fier rond. Het leukste wat ik vind om daar te doen, is lekker de auto uit te gaan en dan aan de rand van de weg te gaan zitten en afwachten wat er zoal zal verschijnen. Ik heb dit verschillende keren gedaan en elke keer verscheen er weer iets ander moois. Ook vanaf deze plek hoorde ik een “wakkende” (eigenlijk een betere omschrijving dan gakkende…) Watersnip en kreeg hem zelfs gevonden in ruige begroeiing. Op het plaatje moet je wel heel goed kijken om hem te vinden… Op een bepaald moment vloog er een koppel Regenwulpen over en zij landden niet eens zo heel ver van me. En dan ineens verschijnt er zo’n verrassing: een Roodkeelpieper streek vlak voor me neer op de rand van de sneeuw en het talud. Schijnbaar is er zelfs op die plek voedsel te vinden want hij scharrelde er best een tijdje rond. Na nog een foto te hebben gemaakt van een “wakkende” Watersnip boven op een elektriciteitsmast en een Bosruiter in de sneeuw, dacht ik maar weer eens verder te gaan. Berlevåg was nog ver…
Al vrij snel na het moerasje vond ik m’n eerste Alpensneeuwhoen. Hij zat wat van het talud af, aan de rand van de sneeuw, en daarom kon ik voorzichtig uitstappen en naast de auto gaan zitten om hem rustig te observeren en fotograferen. Hij scharrelde wat rond op dat stuk, maar op een gegeven moment vloog hij luid roepend op om ergens uit het zicht te landen. Ik ben weer ingestapt, maar kon na 5 minuten de auto al weer parkeren. Er stond een Finse auto naast de weg en de eigenaar was druk doende een andere Alpensneeuwhoen te fotograferen. Heel omslachtig kon hij tot behoorlijk dichtbij komen, waarop ik besloot dat ik dan ook wel een kansje wilde wagen. Ook mij lukte het om de vogel dicht te benaderen (niet zo dicht als de Fin) en ik kreeg aardige plaatjes, maar was er maar gematigd enthousiast over: het dier leek niet helemaal fit en dat vind ik zielig. Het feit dat hij zo bleef zitten, zegt misschien al genoeg…
Weer 5 minuten verder kon ik de auto al weer stoppen om een koppeltje Wintertalingen vast te leggen en zo volgenden telkens op ongeveer elke 5 á 10 minuten een stop met op volgorde: een IJsgors, Moerassneeuwhoen en een Tapuit. Uiteindelijk kwam ik aan bij het parkeerplaatsje waar ik normaal gesproken omdraai om vervolgens weer richting Båtsfjord te rijden. Nadat ik een een Witte Kwikstaart van heel dichtbij had kunnen vastleggen, heb ik mijn weg deze keer vervolgd en was benieuwd wat ik hier allemaal zou gaan aantreffen.
Het begon al goed: al snel ben ik gestopt voor een Kleinste Jager die vlak langs de weg zat. Hij vond 1 zittend plaatje waarschijnlijk wel genoeg, want hij ging snel op de wieken om mij de kans te geven een paar mooie vluchtfoto’s te maken. Wat een mooie dieren! Nadat de Jager uit het zicht was verdwenen keek ik nog even naar rechts en zag tot m’n verrassing een groepje Kepen over de sneeuw rondlopen. Ze vlogen na een korte tijd in een boompje wat vlak voor me stond en zo kreeg ik ze nog even mooi in beeld. Ik ben altijd blij als ik Kepen in de winter in de tuin heb en er een foto van kan maken, maar word van foto’s van deze kleurrijke Vinken in een natuurlijker omgeving extra blij. Ook heb ik nog een Goudplevier op de foto gekregen waarna ik door ben gereden en een tijdje niet meer heb hoeven stoppen. Heel hard rijden doe ik er niet: het is een prachtige weg met op een kleine 10km voor Veines een heel mooi uitzicht over Guohcagohppi wat dus in verbinding staat met het Kongsfjord. Net voordat de weg naar links afdraait kijk je uit op Kongsfjord en ik ben gestopt bij een plateau vanwaar je een heel mooi uitzicht hebt over het Fjord en het dorp in de verte. Na ook hier de nodige foto’s van te hebben gemaakt, ben ik doorgereden naar Veines waar ik 5 jaar geleden overnacht had in de Kongsfjord Arctic Lodge . Ik kon me nog herinneren dat er daar een soort steigers in het water stonden waar Noordse Sternen en Zwarte Zeekoeten op broedden. Het was er nu wat rustiger en de Zeekoeten leken vervangen door Visdiefjes. Heel eerlijk gezegd ben ik van de Noordse Sternen ook niet helemaal zeker…
Het was ondertussen half 5 geworden en ik wilde nog door naar Berlevåg, maar kon niet vertrekken zonder eerst de heuvel van Veines op te lopen en de schuilhut van Biotope te bezoeken. Ik parkeerde de auto op een klein parkeerplaatsje aan het begin van het pad dat de heuvel oploopt. Toen ik aan de wandeling begon, bleek dat aanleiding voor een groepje Rendieren om te vertrekken en liepen rustig een stukje weg. Meer kreeg ik niet te zien. Wel meende ik het geluid van een zingende Strandleeuwerik te horen. Vorig jaar kreeg ik eindelijk door wat de zang van deze prachtige vogel is. Het is een heel bescheiden, bijna iel geluid, wat ik wel wat vond lijken op de zang van een IJsgors. Ik heb het toen een aantal keer beluisterd via xeno-canto.org, goed in mijn hoofd geprent en daarna ook een aantal keer gehoord. Dus op het moment dat ik een zacht, bijna iele zang hoorde, was ik meteen alert, maar kreeg de zanger niet te zien. Dat was wel heel jammer, maar ik moest verder: misschien dat de Giervalk die in deze omgeving zou moeten zitten zich wel zou laten zien… Ik ben doorgelopen tot aan de schuilhut en heb hier even pauze gehouden. Het is er zo heerlijk rustig met een prachtig uitzicht over de Barentszzee, dat het wel even goed is daar gewoon te gaan zitten. Na dat moment van bezinning en m’n “lunch” te hebben genuttigd, heb ik wat foto’s van de omgeving gemaakt en de Aalscholverkolonie op het eiland een stukje de zee in. In de hoop het te kunnen gebruiken voor een langsscherende Giervalk, heb ik de paniekstand gebruikt voor een argeloos voorbij vliegende Zilvermeeuw. Helaas bleef het daarbij en ben ik weer aan de afdaling begonnen. Al vrij snel hoorde ik weer de zang van een Strandleeuwerik en vond de zanger, eindelijk, hoog in de lucht. Ik kon er 1 plaatje van maken waarna hij afdaalde en ik hem weer kwijt was. Opeens zag ik iets op de rand van een plateautje zitten in de veronderstelling dat het de Leeuwerik zou moeten zijn. Snel wat foto’s gemaakt en bij bestudering hiervan bleek het om een Bontbekje te gaan. Mooi, maar helaas… Ik heb de weg weer verder vervolgd en hoorde opnieuw de inmiddels bekende zang. En nu vond ik hem wel, de Leeuwerik op de grond! Hij zat zelfs redelijk in de buurt en ook lukte het hem iets te benaderen. Na wat foto’s te hebben gemaakt leek de vogel het toch niet meer te vertrouwen en vloog hij weer weg. Maar: ik had hem! Daar heel blij mee heb ik de afdaling verder gelopen zonder enig oponthoud en ben in de auto gestapt om mijn weg naar Berlevåg te vervolgen.
Ik rijd, als ik langs een interessant gebied ga, altijd met ramen, oren en ogen open. Door dan niet te hard te rijden krijg ik zo veel mogelijk binnen van mijn omgeving. Hierdoor viel een Tapuiten echtpaar, dat toch lastig te zien was tussen de stenen, me wel op en ben ik even voor hen gestopt. Ik blijf het zó fascinerend vinden dat je deze dieren ook bij ons op de Eilanden kunt vinden en dan hier op zo’n, bijna desolate, plek. Na een kleine 10 minuten door te zijn gereden, hoorde ik heel zachtjes weer een interessante zang. Ondanks de zachte regen had ik mijn ramen open gelaten waardoor ik geluid had kunnen horen. Er was gelukkig een plek om de auto te stoppen en ik heb meteen de rotspartijen afgezocht. Het zou toch niet… Ik dacht de zang te herkennen van een keer eerder toen ik een stuk vanuit Varangertunet gelopen had op mijn laatste dag op Varanger. Het was toen ook niet zo’n mooi weer en hoorde ik een zang die ik niet kende maar wat Lijster-achtig aandeed. Deze zang deed me daaraan denken en toen ik de bovenste rand van de rotsen afzocht zag ik hem zitten, de Beflijster! De zang bleek inderdaad van hem te zijn en nu achteraf durf ik wel te zeggen dat het 2 jaar geleden er ook 1 moet zijn geweest. De Lijster zat wel erg hoog op de rots en het licht was dramatisch slecht, maar toch lukte het me om verschillende foto’s te maken. Ik had hem, en nog zelf gevonden ook! Kort hierna verdween deze mysterieuze zanger weer en ben ik weer verder gereden. Toen ik weer een zwart/grijze vogel op de rotsrichel zag zitten, wist ik niet hoe snel ik moest stoppen. Maar het blijken niet alleen Beflijsters te zijn die op dergelijke plekken zitten: het kunnen ook Bonte Kraaien zijn… Alleen nog opgehouden door het prachtige landschap kwam ik om half 7 aan in Berlevåg. De lucht was inmiddels helemaal betrokken, ik had natuurlijk ook al wat regen gehad, en het geheel nodigde niet echt uit om lang te blijven. In het boek van Biotope wordt beschreven dat bij de monding van de Storelva in het Revnesbukta er nog wel eens interessante Meeuwen kunnen zitten. De vogels zoeken het zoete water van de rivier op om zich te wassen, maar vandaag was het blijkbaar geen wasdag, want er zat niets. Aan de overkant van de brug zag ik in een klein baaitje op het strand wel wat rondscharrelen. Het licht was bijna weg, maar ik herkende nog wel de Paarse Strandlopers. Het slechte licht maakte plaats voor echte regen en daarop ben ik snel in de auto gestapt en ben weer richting huis gegaan.
Een klein stukje buiten Berlevåg zat een grote groep Eiders op een ondiep stukje water. Deze prachtige vogels kon ik niet zonder foto voorbij rijden waarna ik toch echt weer door ben gereden. Na 5km zag ik een vuurtoren die ik, denk ik, op de heenweg niet eens had gezien. Ondanks de regen en het matige licht, toch ook maar hier een foto van gemaakt. Daarna weer een heel stuk kunnen rijden, maar ben weer gestopt bij het Sandefjord. Op de heenweg had ik al wat foto’s gemaakt van de indrukwekkende berg aan de overkant van het Fjord, maar nu zag ik een grote groep Eiders in de verte op zee. Helaas: hoe goed ik ook keek, ik kreeg ze niet zo duidelijk in beeld dat ik kon zien wat het waren. Ik denk Koningseiders, maar ja… Ik heb er geen foto’s van kunnen maken, maar een paar kilometer na Kongsfjord zag ik op een meertje 4 Roodkeelduikers zwemmen. Toen ik voor dit groepje gestopt was, hoorde ik ook een Blauwborst volop zingen (het weer was inmiddels aan het opknappen), maar kreeg deze maar niet te zien. Daarna kwam ik zonder oponthoud weer aan bij Gednje.
Roodkeelduikers op de Getnjejohka
Een koppel Roodkeelduikers had hier kans gezien een open stukje water te claimen, wat ze met geluid en dreigende houding verdedigden. Ze moesten wel aangezien er verschillende keren Roodkeelduikers over het gebied vlogen, waarschijnlijk naarstig op zoek naar open water… Terwijl ik de Roodkeelduikers stond te fotograferen, vloog er behoorlijk laag een Kleine Jager over. Ook zo’n indrukwekkende verschijning en van zo dichtbij was de tekening op zijn ondervleugel prachtig te zien. Na een laatste foto van een koppel Toppers ben ik weer naar huis vertrokken. Het was ondertussen 9uur en ik had nog zo’n 125km te rijden en ik begon wel een beetje honger te krijgen. Ik ben nog 1 keer gestopt voor een Moerassneeuwhoen en een foto van de weg over de hoogvlakte met een prachtig dramatische lucht. Een Strandleeuwerik die ik vlak voor de afdaling zag, kreeg ik niet op de foto, maar kon daar wel mee leven. Rond half 11 ’s avonds was ik weer thuis en tijdens een opgewarmde magnetronmaaltijd heb ik al het moois gearchiveerd en een kort verslag geschreven. Het was weer meer dan mooi geweest. Ik had weer prachtige vogels gezien, én gehoord en ben dan ook moe, maar voldaan gaan slapen. Morgen was er weer een dag…