Dag 4
In 2022 ben ik voor het laatst naar Hornøya geweest. 2 Keer zelfs, maar het was dus toch al wel even geleden. Aangezien Tormod Amundsen me in ons contact voor mijn eerste bezoek aan Varanger op het hart had gedrukt mínstens naar Hornøya te gaan en ik dus al 2 jaar op rij niet geweest was, voelde ik me een beetje schuldig en had besloten dit jaar weer te gaan. De keren dat ik geweest was, was het ook overweldigend en zeer de moeite waard geweest. Alleen had ik een voor deze keer een misschien wat bijzondere wens. Tijdens het bezoek in juni 2022, had ik op Hornøya een Frater gezien. Hij bleef op afstand en het licht was knijterhard, maar ik had hem wel. En laat nou het Fratertje 1 van mijn favorieten zijn… Natuurlijk hoopte ik ook Papegaaiduikers, Zeekoeten, Alken en wat al niet meer mooi te kunnen afbeelden, maar de Frater…
’s Ochtends bij het ontbijt raakte ik in gesprek met enkele gasten die ook in Varangertunet verbleven en we wisselden, zoals het meestal gaat, wetenswaardigheden uit. De Duitse dame wist te vertellen dat er bij de Kemphanen baltsplaats in Komagvær een koppeltje Dwergmeeuwen zat. Ik had deze hier nog niet eerder gezien, maar na mijn kennismaking met deze heel leuke soort in Pasvik, leek het me de moeite waard ook Komagvær te bezoeken. Natuurlijk is dat altijd de moeite waard en zo had ik mijn dagprogramma wel weer rond. Om 10uur zat ik weer in de auto, ditmaal richting het oosten. Tot aan Kiberg was er geen reden geweest om ergens voor te stoppen, maar het stoplicht(!) in Kiberg was dat wel. Er werd aan de weg gewerkt en zo had ik even de gelegenheid een eerste foto te maken. En dat nog wel van een zingende Tapuit op een dak. Een leuk begin! Ongeveer een kwartier later was ik op Vardø en ben rechtstreeks naar de vertrekplaats van de boot gereden. Er waren nog kaartjes voor de volgende boot van 12uur en zo kon ik na een kwartiertje wachten opstappen op de snelboot naar Hornøya.
Binnen 10 minuten naderden we het eiland al en ik raakte toch weer een beetje in vervoering. Wat een aantallen vogels, wat een kakofonie, wat een overweldigend beeld! Ik kon vanaf de boot de eerste plaatjes maken van het eiland met Zeekoeten, Kortbekzeekoeten met Zeekoeten op het water en steile wanden vol met Zeekoeten. Een valkuil waar je niet in moet stappen, is direct na aankomst te beginnen met schieten zodat je misschien geen tijd meer hebt om naar boven te lopen. Ik had opgegeven dat ik 3 uur zou blijven om genoeg tijd te hebben om nog naar Komagvær te gaan. Natuurlijk heb ik wel wat foto’s gemaakt nadat ik een stukje het eiland opgelopen was. Een paar Alken zat er wel heel mooi voor en omdat het licht heel mooi zacht was (het was bijna volledig bewolkt), lukte het om de zwart/witte vogels heel natuurlijk af te beelden. Na ook nog een Papegaaiduikertje te hebben vastgelegd, de Drieteenmeeuwen in de soort van grot en een groepje Zeekoeten, ben ik begonnen aan de wandeling naar de vuurtoren.
Het altijd overweldigende Hornøya
Het was licht beginnen te regenen maar het was te doen. Langs het pad kon ik een Zilvermeeuw heel mooi fotograferen en een Graspiepertje dat druk leek zijn gezin groot te brengen. Na 20 minuten wandelen over een, af en toe, behoorlijk drassig pad, kwam ik aan bij de vuurtoren en ben ik direct naar de achterkant van het eiland gelopen. Van de vorige keer wist ik nog dat je vanaf hier heel mooi de verschillende soorten kon zien. En, nog maar een keer gezegd, het getemperde licht maakte de foto-omstandigheden wel heel erg goed! Natuurlijk waren er meer natuurliefhebbers, vogelaars en fotografen. Ondanks de regen leek iedereen er lol in te hebben en het was dan ook gezellig. Ik wilde een aantal dingen proberen: ik wilde vliegbeelden maken van alles wat voorbij zou vliegen, maar met name de Papegaaiduikers. Ook wilde ik proberen foto’s te maken van de vogels in hun (weidse) omgeving. De zee, het eiland en de lucht wilde ik ook mee hebben en als laatste wilde ik hier het tegenovergestelde van: portretten. De vliegbeelden wilde ik graag maken omdat ik dat nou eenmaal leuk vind om te doen, maar ook om te kijken of het met deze camera beter zou gaan dan degene die ik 3 jaar geleden bij me had. Ik kon vanaf het begin meteen lekker aan de slag. Ik begon met een Alk op de uitkijk en daarna verschillende opnamen van de Papegaaiduikers. Al snel volgenden verschillende andere soorten: Zilvermeeuw, Kleine Jager en Kuifaalscholver, allemaal in vlucht. Ik ben bang dat het een heel saaie opsomming gaat worden als ik nu elke opname ga beschrijven en doe dat dus ook niet. Laat ik wel zeggen dat ik enorm heb staan klikken op die rots en over het algemeen best heel tevreden was met de resultaten. Het is wel een kwestie van ogen in je achterhoofd hebben en ontzettend blijven opletten. De vogels komen van alle kanten aan en vaak kwam het voor dat ik nét te laat was. Maar als je dus maar vaak genoeg probeert, zit er vanzelf wel iets goeds tussen. Eentje die ik zeker nog wel wil noemen is een Raaf die niet ver van mij vandaan al roepend voorbij vloog. Perfect!
Als je zo bezig bent raak je makkelijk aan de praat met de andere gasten. Ik kwam in gesprek met een jongen en we wisselden wetenswaardigheden uit in ons beste Engels. Na een tijdje, ik weet niet precies meer waarom, kwamen we er achter dat ook hij uit Nederland kwam wat het praten nét wat makkelijker maakte. We hebben nog even gezellig doorgepraat, maar hij moest gaan om de boot te halen. Ik ben daarna wat rond gaan wandelen om te zien of ik Fratertjes kon vinden. Mijn zoektocht leverde “alleen” een Graspieper op en na nog een paar portretjes te hebben gemaakt, ben ik ook langzaam weer het pad afgewandeld. Ik miste eigenlijk nog 1 soort en heb daar het laatste half uur naar gezocht. Ik heb bij al mijn bezoeken, bewust of onbewust, Kortbekzeekoeten gezien en ik wilde eigenlijk niet vetrekken zonder deze mooie soort. Ik weet dat ze te vinden zouden moeten zijn op de moeilijkste richels van de rotsen en heb van onderaf alles afgespeurd. Terwijl ik de rotswand aan het afzoeken was, werd ik in het Engels aangesproken. Het bleek het echtpaar te zijn wat ik in Pasvik in de eerste vogelhut had getroffen. We hebben samen gezocht naar de Kortbekzeekoet omdat met name zij deze soort ook graag wilde zien. Na even speuren vond ik een groepje dat behoorlijk verscholen zat. Zij blij, ik blij en daarmee kon ik tevreden op de boot van 3 uur stappen. Hiermee was mijn bezoek aan Hornøya weer ten einde, maar ik moet het toegeven: Tormod had absoluut gelijk toen hij schreef dat je dit zeker moet doen tijdens een bezoek aan Varanger. Wat is het een machtige ervaring!
Nadat we weer voet op vaste grond konden zetten, zat ik een beetje in dubio: ik wilde heel graag naar Komagvær, maar nu ik hier op Vardø was, moest ik eigenlijk de interessante plekken van dit eiland ook wel even bezoeken. Daarom ben ik eerst naar de oostkant van de haven gereden om daar het Drieteenmeeuwenhotel te fotograferen. Vorige keer vlogen er nog Noordse Sterntjes rond, maar nu was het rustig in de haven (op het continue klinkende “kittiewaak, kittiewaak” na. Ik ben daarna naar de westkant van het eiland gereden om het terrein rond het Vardøhus af te zoeken. Ik ben het terrein van dit oude fort overgestoken, langs het Steilneset minnested naar het “strand” om Sunddammen te bekijken of er nog interessante Waders rondliepen. Het baaitje bleek verlaten waarna ik weer richting auto ben gelopen. Net voordat ik het hek bij het fort weer door wilde lopen, hoorde ik een bekende zang. Alleen kon dat eigenlijk niet. Ik hoorde een Rietzanger, maar had deze hier sowieso nog nooit gehoord en volgens mij komen ze ook niet zo noordelijk voor (toen ik dit later in het vogelboek opzocht, bleek dat maar iets zuidelijker het noordelijkste punt van hun verspreidingsgebied is. Het kon dus wel…).
Aangezien ik dacht dat het een andere zanger zou moeten zijn, leek het me zeer de moeite waard de zanger te vinden. Alleen had hij daar niet zo’n zin in en toen ik de struik waar ik hem hoorde ook maar iets naderde, was het geluid, en daarmee waarschijnlijk ook hij, verdwenen. Ten westen van het fort staan nog behoorlijk wat struiken en het leek me een goed idee om met een omtrekkend beweging deze bosjes te benaderen. Je weet maar nooit… Toen ik weer binnen de hekken van het fort was en langzaam die kant opliep, hoorde ik de zanger weer. Het leek toch wel heel veel op een Rietzanger… Bij een opening in het hek ben ik er weer door gegaan en ben de wal opgeklommen. De zang was weer even verdwenen, maar wel zag ik een Roodkeelpieper bovenop de wal rondscharrelen. Dat was zeker ook even leuk en ik kon een paar heel aardige foto’s van hem maken. En toen hoorde ik weer de “Rietzanger”. Vanaf de wal keek ik op een groep kleine Wilgen en ja hoor: daar zat hij! Ik kon er wat foto’s van maken en heb zelfs een klein filmpje gemaakt om ook het geluid vastgelegd te hebben. Het beeld is wel wat bewogen omdat ik geen statief bij me had… Na deze nieuwe soort voor mij op Varanger, ben ik weer naar de auto gelopen en heb zonder verdere stop Komagvær bereikt.
De Rietzanger!
Ik was heel benieuwd hoe de weg erbij zou liggen. Eerdere keren was het nog wel eens een uitdaging geweest om helemaal tot het einde te komen. Ook nu begon het met een behoorlijk gehots, maar bij een eerste hellinkje bleek er nieuw materiaal gestort te zijn en was het zelfs goed te berijden. Heel ver kwam ik niet omdat ik al snel moest stoppen voor een Kleine Jager die vanaf links kwam aanvliegen. Niet veel verder zat er rechts een Tapuit en 100m verderop een Blauwborst. Dat ging lekker! Met alleen nog een stop voor een 2de zingende Tapuit kwam ik na iets meer dan een half uur aan bij de Kemphanen baltsplek. De “weg” Komagvær in was uiteindelijk best aardig te doen. Op verschillende plekken was het wegdek vernieuwd en dat scheelde enorm. Ik heb de auto geparkeerd op het plaatsje bij de Kemphanen en het meer links ervan afgezocht. De Duitse dame had verteld dat er hier dus Dwergmeeuwen zouden zitten, maar toen ik een Noordse Stern zag, dacht ik dat ze zich waarschijnlijk daarmee vergist had. Ik heb nog een alternatieve foto gemaakt van een Kemphaan, niet op de baltsplek, maar meer in de verte met op de achtergrond een kudde Rendieren. Lekker Noords…
Ik ben weer doorgereden naar de grote parkeerplaats aan de rand van het Varangerhalvøya nasjonalpark en heb daar de auto neergezet. Ik had wel zin om een stuk te gaan lopen en wilde de Birdtrail gaan proberen. Toen ik uit de auto stapte hoorde ik het melancholische geluid van een Goudplevier op het plateau waar de parkeerplaats op ligt, vond hem snel en kon hem op de foto zetten. Vanaf de rand van het plateau kijk je uit op een dal waar de Komagelva doorheen kronkelt en waar verschillende meren in liggen. Ik zag van afstand hoe een Roodkeelduiker landde op 1 van deze meren en kon ook hem vastleggen. Langzaam ben ik weer teruggelopen naar de parkeerplaats en hoorde een baltsende Watersnip. Toen ik deze op de foto zette, werd ik belaagd door een Noordse Stern. Tja, daar wil je geen ruzie mee, dus ben ik naar de schuilhut van Biotope aan het begin van de Birdtrail gelopen. Vanaf het pad naar de schuilhut hoorde ik weer een “wakkende” Watersnip, maar vond alleen een Graspieper. Helaas hoorde ik deze keer geen Blauwborst. Hoop hier op deze plek altijd een beetje op… Bij de hut van Biotope stond me een teleurstelling op te wachten: het “bruggetje” was weggespoeld en het leek dat de Birdtrail ook deze keer niet te bereiken was (ik had dit al een keer eerder meegemaakt). Ik heb de oversteekplek uitvoerig bekeken, maar kon echt geen alternatieve route vinden. Gelukkig zat er een Fitis te zingen en vloog er een Kleinste Jager mooi voorbij, maar het inmiddels harde licht maakte de foto’s niet optimaal. Nadat leek dat ik niet meer te zien zou krijgen op deze plek, ben ik rustig weer teruggelopen naar de parkeerplaats, maar toen ik halverwege was, keek ik om en zag op het heuveltje waar ik eerder van heel dichtbij een Kleinste Jager heb kunnen zien, dat deze er weer zat. Ik ben toen snel, maar voorzichtig om niet te veel op te vallen, naar dezelfde plek gelopen als waar ik vorige keer de heuvel opgeklommen ben om vlak bij de vogel uit te komen.
Ook deze keer werkte deze tactiek! ik kwam echt heel dicht bij de vogel boven en hij bleef rustig zitten. Ik heb me in allerlei bochten gewrongen om het dier op zo veel mogelijk verschillende manieren vast te leggen (ook moest ik enorm m’n best doen een afzichtelijk paaltje niet mee te fotograferen; lukte niet altijd…). Toen ik dacht genoeg foto’s te hebben, ben ik voorzichtig de heuvel weer afgedaald en ben nu echt richting auto gelopen. Meteen aan het begin, nog vlak bij de schuilhut, keek ik een keer omhoog waar op dat moment net een Ruigpootbuizerd over kwam vliegen. Eindelijk weer een keer 1! En heel mooi te zien! Aan de overkant van de beek waar ik niet overheen kon, stond een heel mooi Rendier met gewei naar me te kijken. We hadden even contact waarna we beide weer verder zijn gegaan. Niet ver voor de parkeerplaats trof ik een Belgische man. Ik raakte met hem aan de praat en het bleek dat hij een soort sabbatical had genomen na een studie biologie en was gaan werken voor een Zweedse natuurorganisatie en daarvoor gidste. Hij wist te vertellen dat hij bij de Kemphanen-plek vrij recent nog Bokjes had horen baltsen. Een Kleine Jager deed ons gesprek onderbreken en nadat ik hem had verteld dat je niet verder kon dan tot aan de schuilhut, bedacht hij dat hij ook naar zijn auto zou gaan om te gaan slapen. Hij was al heel vroeg bij de Kemphanen geweest en had in zijn soort bestelwagen ruimte om te liggen. Ideaal!
Ik ben weer teruggereden naar de Kemphanen-baltsplek om te proberen ook het Bokje te horen. Een aantal jaar geleden kwam het Bokje ook al ter sprake toen ik met een aantal andere vogelaars ervaringen aan het uitwisselen was. Ook zij wisten te vertellen dat deze mysterieuze vogel in Komagvær te horen zou moeten zijn (te zien is misschien wat hoog gegrepen).Ik heb dit Snipje maar 1 keer gezien tijdens een koude winter toen ik Bij Koudekerke aan het vogelen was. Natuurlijk zou ik hem hier ook graag zien, maar zoals ik al schreef is dat vrijwel onmogelijk. Maar horen zou dus wel moeten kunnen…
De Dwergmeeuw in actie!
Toen ik aankwam bij de plek stonden er 2 campers en een auto. Zoals vaker de laatste tijd: vogelen is niet zo exclusief meer… Op het moment dat ik het water overkeek, viel me een vogel op: wit met zwarte kop en zeker geen Stern. Zou de Duitse dame dan toch gelijk hebben? De vogel vloog helemaal aan het einde van het meertje, dus op grote afstand. Toch lukte het om hem goed te bekijken en bleek het waar: het was een Dwergmeeuw. Helemaal duidelijk werd het toen ik hem zag jagen op kleine insecten op het water. Precies het beeld wat ik ook in Pasvik had gezien. Ik heb er meteen een serie foto’s van gemaakt, al veel duidelijker dan degene uit Pasvik, en bedacht dat ik het hier wel even zou kunnen uithouden. De zon was gaan schijnen, de vogels waren levendig, wat wil een mens nog meer? Nou, bijvoorbeeld dat Blauwborstje wat 2 seconden vlak voor me bleef zitten! Of de Dwergmeeuw die ook het voorste gedeelte van het meertje tot zijn jachtgebied had gemaakt. Het was me gelukt om een aantal foto’s te maken terwijl hij nét voor de kant een mug uit het water pikte. Het licht was funest, maar daar klaag ik niet over! Ik werd vreselijk verwend met alles wat er maar te zien was en gebeurde. Op een gegeven moment kwam met behoorlijk wat kabaal er een Roodkeelduiker overvliegen die in de achterste plas landde. Daarna weer de focus op roepende Dwergmeeuwen die een Stormmeeuw achterna zaten. Het leek erop of dat zij ergens een nest hadden en de Meeuwen en Jagers leken er ook lucht van te hebben gekregen… Terwijl ik me concentreerde op het schouwspel voor me op en boven het water, was er een Koperwiek neergestreken in een Wilg achter me. Dus heb ik me kort omgedraaid en ook daar een foto van gemaakt. En toen opeens: daar was hij! Heel zacht en iel hoorde ik een zacht galopperend paardje in de lucht.
Ergens boven me was een Bokje aan het baltsen. Natuurlijk zag ik hem niet, maar eindelijk had ik het geluid gehoord. Wat ontzettend gaaf! Kort daarna werd het geluid overstemd (of misschien was het alweer verdwenen) door een paar zeer luidruchtige Roodkeelduikers. Van achteruit de plas klonk hun geroep wat misschien niet heel mysterieus is, maar zo ontzettend bij deze streek hoort. Heerlijk! Een Kuifeend had bedacht eens te komen kijken wie er allemaal op de kant stonden en ook de Roodkeelduiker verscheen ineens een stuk dichterbij. Het kon blijkbaar echt niet op. Toen de Dwergmeeuw ook nog eens redelijk in de buurt voorbij vloog in gunstiger licht, dacht ik dat het wel heel mooi was geweest. Het was ook al 8 uur geweest en ik moest weer terug naar de grote weg en dan nog zo’n uur naar huis.
Onderweg naar de grote weg heb ik nog even geen vrienden gemaakt met een Finse vogelaar die druk was een Blauwborst lastig te vallen. Laat ik zeggen dat de Blauwborst misschien vond dat “three a crowd” was en dat hij niet altijd even netjes bleef zitten zoals de Fin het graag wilde. Ik ben maar doorgereden en heb nog een Moerassneeuwhoen op afstand en een, van de zon genietende, Kleinste Jager vastgelegd. Omdat ik niet ver van de hoofdweg zat en het anders te laat zou worden om met thuis te bellen, heb ik de auto neergezet en ben gaan bellen. Het is altijd fijn om ze allemaal weer even te horen, bijzonder maakte deze keer een 2de baltsend Bokje in de lucht. Nu ik wist wat ik moest horen, bleek dat ze inderdaad in Komagvær te vinden waren. Op weg naar huis heb ik nog een korte stop gemaakt bij de 3 gebouwtjes met de groene deuren. Misschien nu wel een Velduil..? Helaas gaf die niet thuis, maar wel hoorde ik het onmiskenbare geluid van roepende roofvogels. Een koppel Zeearenden was druk met elkaar in gesprek wat weer eens een heel ander plaatje gaf. Daarna ben ik weer in 1 stuk naar huis gereden. Wat was het alweer een geweldige dag geworden. Hornøya was natuurlijk weer spectaculair en Vardø bijzonder met een enthousiaste Rietzanger. En Komagvær was weer Komagvær. Wat een geweldige plek met geweldige bewoners! Ik moest hier zeker nog maar een keer naar terug!