Dag 5
Vandaag ben ik weer de andere kant op vetrokken. Deze keer wilde ik de hoogvlakte bezoeken, Gednje en dan door naar Båtsfjord. Van Vincent en Gerard had ik vorig jaar begrepen dat je met de auto helemaal door kon rijden naar Ordo, wat ik toen lopend gedaan had, dus deze keer wilde ik het me ook wat makkelijker maken en naar Ordo rijden. De auto is meteen een mooie schuilhut, dus misschien had ik nu ook wat meer kans op de Strandleeuwerik die ik er vorige keer gezien had.
Eerste stop: Nesseby. Het was alweer laag water en op een paar Brilduikers na die enorm in de verte zwommen, kon ik er niks vinden. Dus ben ik onverrichterzake weer naar de grote weg gereden en heb koers gezet naar Tana Bru. Ongeveer een kilometer voor de brug maakt de weg een bocht naar rechts en krijg je ineens een heel mooi uitzicht over de Tana Bru en het dal waar de Tanaelva doorheen stroomt. Deze keer heb ik dat beeld opgeslagen op m’n interne harde schijf en ben doorgereden naar m’n vaste stop.
Tijdens de korte pauze hoorde ik een zachte Lijster-achtige zang. Zou er hier dan toch 1 zitten? Maar hoe goed ik ook zocht, ik kreeg de zanger niet in beeld en heb daarom de spullen weer ingeladen om door te rijden richting de hoogvlakte. Høyholmen heb ik weer links laten liggen en ook in Austertana was er geen reden om even halt te houden. Waar zaten de Sperweruilen toch!? Vlak na het moment dat ik boven de boomgrens uitgekomen was, zag ik een fraaie Kleine Jager vliegen. Daarna de inmiddels welbekende weg vervolgd en op een punt waar de weg weer wat gedaald was en er zelfs wat boompjes konden groeien, was er een mooie zangpost bezet door een ijverige Koperwiek. Er kwam daar ook nog even een Kleinste Jager overvliegen en zo begon de soortenlijst voor de dag al weer lekker op te lopen. Een stukje verderop zat een Moerassneeuwhoen van het uitzicht te genieten, een soort die ik hier op de hoogvlakte niet zo heel vaak zie. Net voor het grote meer Geatnjajavri zwom in een kleine uitloper hiervan een Roodkeelduiker rond. Hij liet zich heel mooi zien en ik was blij voor hem dat hij hier een open stuk water had weten te claimen. Toen ik rustig de corridor over de Geatnjajavri overreed, zag ik aan de noordwestelijke kant in de verte wat zwemmen. Ik heb de auto geparkeerd op het kleine parkeerplaatsje aan de overkant en ben teruggelopen om te proberen te vinden wat ik gezien had. Het was een koppel Parelduikers. Ik was helemaal blij dat ik nu ook deze Duiker weer gezien had. Ik vind ze zo mooi! Aan de overkant van het water vloog een Kleinste Jager voorbij voor een indrukwekkende heuvelpartij en met dit beeld ben ik doorgereden naar Gednje.
Het leek erop of het water al wat verder open was ten opzichte van eergisteren, maar helaas leek dit nog niet ontdekt door de vogels en ben ik eerst richting Berlevåg gereden tot de parkeerplaats waar ik normaal altijd draai om weer terug naar Gednje te rijden en verder te gaan naar Båtsfjord. Terug richting Gednje werd ik eerst opgehouden door een Tapuit die niet ver voor het moerasje op een rotsblok zat te zingen. Ik hield weer even halt bij het moerasje met het idee hetzelfde te doen als wat ik daar doe: uitstappen en gaan zitten, maar deze keer weerhield een “wakkende” Watersnip aan de rechterkant van de weg me hiervan. Ik kon horen dat hij niet heel ver zou kunnen zitten, maar zag hem in eerste instantie niet. Pas nadat ik een tijdje in de ruigte had zitten staren, zag ik iets rondscharrelen en kwam de Snip wat opener te zitten. Ik kon een paar heel leuke foto’s maken waarna hij opvloog om ietsje verderop te gaan zitten in wat water wat in een paar autosporen stond, om zich daar lekker te gaan zitten poetsen. Ik heb hem lekker z’n gang laten gaan en ben doorgereden tot het water net voor de splitsing van Gednje. Links was er een Noordse Stern neergestreken en een klein stukje verder zaten 2 Zwarte Ruiters bij het water. Ook dit was een nieuwe soort voor mij hier op Varanger en ze waren prachtig in zomerkleed. Schitterend! Op een plateau ijs wat meer naar achteren zat een koppeltje IJseenden (what’s in a name) en na deze op de foto te hebben gezet, ben ik linksaf geslagen en heb voor het eerst dit jaar koers gezet richting Båtsfjord.
Het Magistervatnet, een groot meer waar ik vorig jaar nog Kleine Strandlopers had kunnen fotograferen, was nog helemaal bevroren waardoor er geen vogels te vinden waren. Omdat ik heel even stopte om het uitzicht een beetje in me op te nemen, hoorde ik weer een Strandleeuwerik zingen. Hij bleek te zitten op een stukje terrein tussen de weg en het meer, redelijk ver weg, maar ik kreeg hem op de foto en zo bleek maar weer dat ik ze soms best zelf kon vinden. Toen ik bij de afslag naar Ordo kwam besloot ik deze in te slaan en met de auto de weg af te rijden nu ik wist dat dit mogelijk was. Al na zo’n 100 meter moest ik stoppen voor een vrouwtje van de Alpensneeuwhoen. Ik werd daar op gewezen door een vriendelijke Finse vogelaar en na een kort gesprek ben ik weer verder gegaan. Er was hier duidelijk te zien dat het recent nog gesneeuwd had. De weg was vrij gemaakt, maar lag tussen 2 enorme wanden van sneeuw, bijna zo hoog als m’n auto.
Net voor het “Mannetje van Ordo” stond een auto stil en de inzittenden leken druk met naar iets te kijken wat op de sneeuwwal zat. Dit bleek een koppel Strandleeuweriken behoorlijk dichtbij te zijn en ik kon niet wachten om ook daar even te kunnen staan. Helaas vlogen de vogels weg op het moment dat de auto ging rijden en kon ik, licht teleurgesteld, ook weer verder. Maar wat bleek: de vogels waren achter de andere auto weer gedaald en op de weg gaan zitten. Het vrouwtje leek in een soort kommetje te zijn gaan zitten en het mannetje kwam er al dansend op af. Het leek of ze een nest aan het maken was, wat ik absoluut hoopte van niet, aangezien het een minder gunstige plek leek… De vogels vlogen toch ook weer verder en ik kon doorrijden richting Ordo. Aan het uitzicht veranderde niks: de sneeuwallen werden niet minder en toen er een plek kwam waar ik de auto kon keren, heb ik dat gedaan en ben weer naar de hoofdweg gereden. Op het moment dat ik weer aankwam bij de vriendelijke Finse vogelaar, was hij druk met het fotograferen van een mannetjes Alpensneeuwhoen. Ik ben uitgestapt en zag dat het dier op een plakkaat sneeuw lag. De Finse vogelaar wees me op een tweede exemplaar wat bovenop het heuveltje lag en vertelde dat hij er eigenlijk op stond te wachten tot 1 van beide vogels op zou vliegen om de andere te verjagen. Met name dat vliegbeeld, de witte vogel voor de sneeuw, was zijn doel om vast te leggen. De vogels leken alleen andere gedachten te hebben en na een tijd gewacht te hebben om te zien of er 1 zou opvliegen en dat niet leek te gebeuren (ik had dat beeld ook wel willen vastleggen), heb ik afscheid van de de Finse vogelaar genomen en ben verder gegaan.
Strandleeuwerik op vrijersvoeten…
Weer wat verder richting Båtsfjord zag ik weer een Alpensneeuwhoen en ben ik gestopt, uitgestapt en ben naast de auto op het talud gaan zitten om te proberen de vogel mooi vast te leggen. Hiervoor schoof ik steeds een beetje lager om uiteindelijk aan de onderrand van het talud uit te komen. Het werd wel steeds meer een uitdaging aangezien het licht steeds harder werd. De lucht was strakblauw en de zon deed goed z’n best om de grote hoeveelheid sneeuw nog een beetje snel weg te werken. Deze Hoen begon al meer te verkleuren naar zijn zomer-outfit wat leuk was om te zien. In de verte vloog een Kleinste Jager voorbij en nadat ik er een tijdje gezeten had, kwamen er een mannetje en vrouwtje IJsgors aangescharreld. Minutieus werd het sneeuwvrije talud afgezocht op hapjes waar de vogels zo druk mee waren, dat ze geen aandacht voor mij leken te hebben. Het mannetje nam op een bepaald moment even een pauze en ging bovenop een grote steen zitten zingen. En ik zat eerste rang! Op een groot sneeuwveld in de verte liep een Graspieper waar ik, natuurlijk, ook nog even een foto van maakte waarna ik een klein stukje verder kwam om te stoppen bij, alweer, een zingende Strandleeuwerik. Het mannetje zocht steeds wat eilandjes in de sneeuw op om bovenop te gaan zitten zingen. Helaas bleef hij wel op behoorlijke afstand, maar het was wel ontzettend leuk om te zien én te horen. Het vrouwtje vloog rondom haar zanger en landde wel iets dichterbij op het talud, maar de hoek waaronder ik foto’s zou kunnen maken bleek, voor mij, onmogelijk en liet ik haar dus maar heenscharrelen. Toen ik mijn camera weer op het gebied voor mij richtte, kwam er net een Alpensneeuwhoen voorbij gevlogen die waarschijnlijk net een tegenstander had verjaagd. Precies het beeld waar ik eerder op gehoopt had, kwam hier zomaar voorbij!
Bij een klein meertje, ongeveer 10km voor Båtsfjord, hield ik even halt om een groepje Ganzen en Wintertalingen te bekijken. Ook na goed bestuderen ben ik niet helemaal zeker van het soort Ganzen, maar ik denk dat het Toendrarietganzen waren. Past ook wel in deze omgeving… In Båtsfjord draaide ik meteen rechtsaf om het bruggetje over de Straumen over te steken. Vlak voor de brug ben ik even gestopt om een grote groep Grote Zaagbekken te fotograferen (foto-omstandigheden waren nog steeds dramatisch…) en ben daarna weer doorgereden tot de manege. Helaas zat daar niks in de buurt, maar wel zag ik in de verte aan de overkant Parelduikers rondzwemmen. Ik ben meteen weer in de auto gesprongen en teruggereden naar de parkeerplek net voor de invalsweg om daar langs de vangrail richting het water te lopen. Vanaf het talud kreeg ik weer een grote groep Brilduikers in beeld en na een foto ben ik een stukje verder gelopen om heel voorzichtig (om 2 redenen: ik wilde de Parelduikers niet verstoren én ik wilde mijn nek niet breken bij het afdalen aangezien het immens steil was…) af te dalen om dichterbij te kunnen komen. Telkens wanneer de vogels onderdoken, liep ik een klein stukje dichter naar de waterkant en kreeg de Parelduikers steeds een beetje beter in beeld. Voor heel mooie foto’s bleven ze eigenlijk een beetje te ver weg, maar zoals eerder geschreven, veel mooier zou het sowieso niet worden in dit licht. Ik heb een behoorlijke tijd daar onder aan de waterkant de vogels liggen observeren en kon zien en horen dat er ook regelmatig baltsgeluiden gemaakt werden. Hoe Toendra is dat!? Ik had tijdens de afdaling blijkbaar mijn intrek genomen in het territorium van een Temmincks Strandloper, want een vogel bleef constant in de buurt zitten roepen. Om hem en de Parelduikers maar weer wat rust te gunnen, ben ik weer tegen het talud opgeklommen en naar de auto gelopen. Voor de laatste keer de brug over van waaraf ik iets zwarts zag zwemmen in het Indrefjord van het Båtsfjord. Door de zoeker van de camera zag ik al snel dat het een Zwarte Zee-eend was. Weer een nieuwe voor hier! Vanaf de manege kon ik nog een IJseend fotograferen (waar zat hij eerder dan?) en met een foto van een wassende Drieteenmeeuw heb ik afscheid genomen van Båtsfjord om mijn weg naar huis weer in te zetten Het was ondertussen al weer kwart over 6 en ik had nog de nodige kilometers met de nodige stops te maken…
Nadat ik Båtsfjord goed en wel achter me gelaten had en de hoogvlakte zich weer aangediend had, moest ik fors remmen omdat er een Alpensneeuwhoen doodgemoedereerd langs de kant van de weg liep. Door de auto ongeveer dwars op de weg te zetten en in een onmogelijke hoek uit het raampje te gaan hangen, kon ik deze coole gast op de foto krijgen. Hij stak heel rustig de weg over waarna hij uit het zicht verdween. Het wordt bijna eentonig, maar een klein stukje verder zat wéér een Alpensneeuwhoen op een rotsje. Ik vind dit niet alleen prachtige dieren om te zien in hun sneeuwwitte verenkleed en de wijfjes in hun grijze camouflage kleuren, maar ik vind het ook fascinerende dieren. Hoe kunnen ze overleven in deze harde omgeving waarin ze ook nog overwinteren in enorme dikke lagen sneeuw in het volstrekte duister? Respect! Dus toen ik weer wat verderop, op dezelfde plek als waar ik er op de heenweg ook al 1 had gezien, er weer 1 zag (waarschijnlijk dezelfde), ben ik weer gestopt en uitgestapt. Na het zien van het vrouwtje achter een laag rots richeltje, begreep ik wel waarom deze man hier verbleef. Ik kon zien dat hij wel erg onrustig was. Eerst dacht ik dat het misschien door mijn aanwezigheid kwam, maar opeens vloog hij op (ik snel weer foto’s maken) en landde hij vlak bij een ander dier. Hij nam een dreigende houding aan en de tegenstander leek daarvan behoorlijk onder de indruk en nam de vleugels. Triomfantelijk kwam onze held daarna weer terugvliegen (weer foto’s!) en ging bovenop een steen zitten en leek zijn territorium tevreden te overzien. Ik heb hem met rust gelaten en ben doorgegaan naar de weg naar Ordo. Nu ik zeker wist dat er Strandleeuweriken zaten, wilde ik toch nog een keer mijn geluk beproeven. Ik ben eerst een stuk de weg afgereden waarbij ik niks zag.
Bij het “Mannetje van Ordo” heb ik de auto gekeerd (toch lastig met aan weerszijde een redelijk diepe geul en hoge sneeuwwanden…) en ben heel rustig weer teruggegaan. En toen ik op de plek aankwam waar ik eerder met de Finse vogelaar de Alpensneeuwhoenders had geobserveerd, hoorde ik de ijle zang van de Strandleeuwerik. Na kort zoeken vond ik hem bovenaan het heuveltje, uiteraard bovenop een steen. Hij kwam helaas niet dichterbij, leek wel tevreden over zijn zangpost, maar ik ben best een tijd blijven staan om verschillende foto’s en wat filmpjes te maken. Na een tijdje stopte er een auto en de chauffeur stapte uit. Het was een Spaanse vogelaar en hij bekeek zo waar ik mijn aandacht op gevestigd had. Ook hij begon de Leeuwerik te fotograferen en vroeg op een bepaald moment of hij wat dichterbij mocht proberen te komen. Ik stelde zijn vraag erg op prijs, vaak doen de “vogelaars”/fotografen dat zonder enig overleg, en ik vertelde hem dat het misschien niet een goed idee was. Mijn ervaring was dat het heel schuwe vogels zijn en hij er waarschijnlijk vandoor zou gaan. Hij respecteerde dat, maakte nog enkele foto’s van afstand en ging toen weer verder. Ik had niet in de gaten dat, terwijl ik met de Strandleeuwerik bezig was, er een dikke mist op kwam zetten in het dal beneden mij. Alles tussen Ordo en Gednje leek helemaal dicht te trekken en toen ik weer op de grote weg kwam, bleek dat ook het geval te zijn. Omdat ik toch niks kon zien, kon ik in 1 stuk door naar Gednje waar ik vaag 2 Roodkeelduikers kon zien maar niet kon fotograferen zodat ik maar een telefoontje gepleegd heb. Ik besloot toen maar weer naar huis te gaan en ben door de mist weer vertrokken.
Altijd mooi: de Blauwborst (met baltsende Watersnip)
Net na de Geatnjajavri klimt de weg weer een stukje en na een tijdje parallel te hebben gelopen aan de Nástjohka, daalt de weg weer een stukje en komt dan ter hoogte van de Nástejávri (een meer). Daar staan ook weer wat struikjes en was de mist opgetrokken. Ik had mijn raampjes weer naar beneden gedraaid en kon zo de zang van een IJsgors in 1 van de Wilgjes horen. Een auto die er in de buurt stond had me mijn snelheid al laten dalen wat het luisteren wel ten goede kwam. Ik kon een leuke foto van de IJsgors maken en zag wat verderop een groepje Kemphanen druk in de weer met elkaar. Het was er zo heerlijk rustig (de auto was weer vertrokken), het licht was weer gedempt en de vogels kregen er weer zin in, waardoor ik er ook weer helemaal zin in kreeg. Ik ben een hele tijd op deze plek blijven staan waar ik beloond werd met een Blauwborst die recht voor me in een Wilgje ging zitten zingen! Ik kreeg zelfs de kans om er een kort filmpje van te maken en omdat ik de microfoon toen toch al op de camera geschroefd had, heb ik ook nog filmpjes van de kemphanen gemaakt. Eigenlijk ging het mij meer om de geluiden die er te horen waren: baltsende en “wakkende” Watersnippen, Roodkeelduikers en een Koperwiek. In het laatste gedeelte laten de Kemphanen nog een beetje actie zien en is er een baltsende Bosruiter te horen. Om helemaal blij van te worden!
Geluiden van het noorden (en semi-actieve Kemphanen…)
En ineens was het 9 uur! Ik moest echt nog een stuk rijden en begon weer honger te krijgen, dus ben ik gaan rijden en heb niet meer gestopt tot ik bij de vaste stop langs de Tanaelva was. Ik meende heel kort weer zang te horen, maar toen ik goed en wel de auto uit was om beter te luisteren, was het weer stil. Licht gefrustreerd ben ik al piekerend langzaam weer verder gereden, maar ben op de eerste de beste plek waar het kon gestopt om Xeno-Canto te beluisteren naar wat ik gehoord kon hebben. En toen was ik er weer van overtuigd: het moest een Beflijster zijn. Ik moest dus terug… Met wat moeite kon ik de auto keren en ben ik teruggereden naar het parkeerplaatsje. Ik heb mijn spullen gepakt en ben een stuk langs de vangrail gaan lopen in de hoop de zanger weer te horen en misschien wel te zien. Na zo’n 100m lopen hoorde ik hem weer en heb ik een hele tijd de rotswand afgezocht in de richting vanwaar ik het geluid hoorde. Maar hoe goed ik ook keek: ik kreeg hem maar niet te zien. Gelukkig bleef hij wel doorzingen en bedacht ik dat ik dan maar het geluid moest opnemen. Deze keer heb ik de dicteer-app van de telefoon gebruikt en vanwege de rust die er heerste en de rotswand waartegen het geluid leek te weerkaatsen, kwam het geluid er nog best aardig op. Thuis heb ik het later nog wat bewerkt door de wind te dempen en het verdere geluid wat te versterken en daarmee kreeg ik mijn waarnemingen van de Beflijster compleet. Ik was weer helemaal blij!
Zonder verder oponthoud ben ik doorgereden en was om half 12 weer thuis. Ik heb een maaltijd opgewarmd en heb alles weer op de computer opgeslagen. Wat was het weer een geweldige dag geweest met een fantastisch einde. Het leek maar niet op te kunnen!