Een nieuw jaar, een nieuwe start. De feestdagen liggen al weer even achter ons en ik heb enorm veel zin weer eens naar buiten te gaan. Ik had niet heel lang de tijd, dus wat is dan de ideale plek om naar toe te gaan met de kans ook nog eens leuke vogels te zien? Inderdaad, ik ging maar weer eens naar de Arkemheense Polder. Nou kleefde daar wel een niet zo klein nadeel aan: het Nekkeveld, de weg die van oost naar west loopt aan de westkantkant van de polder, is verboden voor auto’s (wat ik gehoord heb, hebben de aanwonenden geklaagd over de mensen die hier vogels kwamen kijken en hebben bedongen dat je er dus alleen nog maar met de auto mag komen wanneer je er woont). Er zat dus eigenlijk maar 1 ding op: de fiets moest mee. En zo ben ik op dinsdagochtend met de fiets in de achterbak van de auto richting Nijkerk vertrokken om de Arkemheense Polder eens op een andere manier te gaan bekijken.
Vanuit Nijkerk ben ik rechtstreeks naar het Gemaal Hertog Reijnout gereden om daar de auto te parkeren en de rest van de dag op de fiets rond te rijden. Eerst heb ik natuurlijk het Nijkerkernauw afgezocht naar moois. En waar ik op hoopte, kwam ook uit: er zwom een prachtige Brilduiker rond waar ik natuurlijk de nodige foto’s van moest maken. Ook zwommen er grote groepen Kuifeenden en een enkele Grote Zaagbek. Voor m’n andere wenssoort moest ik wat langer zoeken. Het mannetje van het Nonnetje zwom, zoals eigenlijk altijd, heel in de verte, maar goed: hij zat er weer en ik had hem weer gezien! Na van de verschillende soorten nog vliegbeelden te hebben genomen, ben ik op de fiets gestapt om naar het Nekkeveld te rijden.
Het was fris, maar zonnig, wat de fietstocht wel heel lekker maakte. Ik had de indruk dat de vogels het eigenlijk maar niks vonden dat ik daar zo rondreed. Met regelmaat werd er opgevlogen en duurde het even voor ik mijn eerste foto’s hier kon maken. Ik vind het tegenwoordig eigenlijk leuker de vogels in hun omgeving te laten zien en hoef ze dus niet vlak voor de camera te krijgen. De Grote Zilverreiger kwam wat mij betreft zo heel mooi in beeld. Gelukkig zat de Waterpieper, gezien zijn grootte, iets dichterbij en kwam ook hij mooi in beeld. Zo reed ik steeds verder naar het westen en kwam uit bij de laatste boerderij, waar je rechtsaf kunt slaan om via het fietspad weer naar het oosten, richting het Gemaal te rijden. Er staat een grote kunst-koe bij die boerderij en een Torenvalk, die ik al verschillende keren had zien vliegen, zat bovenop de kop van de koe haar vers gepakte prooi op te smullen. Ik heb haar rustig laten eten en ben het fietspad opgereden richting het Gemaal. Er zat voldoende op het water, maar alles best ver weg, behalve een vrouwtje van het Nonnetje. Een paar Dodaarsjes speelden verstoppertje en zij wonnen: elke keer als ik maar dacht een foto te kunnen maken, doken ze onder of verdwenen in de begroeiing. Daarom ben ik maar doorgereden waar ik ter hoogte van het Gemaal weer een Torenvalk trof. Ze vloog net van me weg vlak boven het fietspad en ik kon nog net een foto van achteren maken.
Ik had bedacht de oostkant van de Polder maar eens te gaan bezoeken en had besloten dit ook op de fiets te doen. Eigenlijk wel net zo makkelijk en zo kwam ik er ook. Voor de brug over de Arkervaart ben ik eerst rechtsaf geslagen om de Vaart te bekijken. Lang geleden had ik hier ook wel eens Nonnetjes en Zaagbekken getroffen, dus wie weet? Het was niet relaxed fietsen langs de weg. Heel regelmatig kwamen er auto’s voorbij en ruimte om dan aan de kant te gaan staan was er nauwelijks. Het eerste stukje ging nog wel en daar kon ik alweer een Torenvalk vastleggen. In de bocht bij de zuidkant van het eiland in de Vaart zat een aantal Krakeenden prachtig in het licht en met de bruine, ingetogen kleuren eromheen, kwamen zij prachtig tot hun recht. Na het maken van deze sfeerplaatjes ben ik doorgefietst tot het viaduct van de snelweg, nét voor industrieterrein Watergoor. Behalve heel veel Meerkoeten zat er niet zo heel veel, dus ben ik weer omgedraaid om bij de sluis rechtsaf te gaan, de Arkervaart over, naar de oostkant van de Polder.
Al een aantal jaar zitten aan het begin van de Zeedijk interessante soorten zoals Nonnetjes en Pijlstaarten, maar vandaag zag ik alleen een woerd van deze laatste prachtige Eenden soort. Heel rustig heb ik toen de Zeedijk vervolgd en ben op het punt waar de weg naar rechts afbuigt en de Middelbeekweg wordt, het fietspad opgegaan en ben doorgereden tot het bredere water met de eilandjes. Daar zat een mooie groep Kleine Zwanen en kon ik in heel andere licht-omstandigheden foto’s maken van deze sierlijke vogels. Omdat verderop niet heel veel meer leek te zitten, ben ik weer omgedraaid en tot de boerderij voor het Putter Stoomgemaal gekomen. Het gekwetter van een grote groep Huismussen hield me staande en terwijl ik bezig was foto’s van de druktemakers te maken, besloot ik nog een keer hetzelfde stuk te gaan fietsen; ik was er nou toch… Waarom ik dit deed was eigenlijk maar met 1 reden: ik hoopte een Roerdomp te vinden. Omdat ik het riet aan de overkant afzocht, kreeg ik wel een Dodaars in beeld, een Grote Zilverreiger (die wel wat meer opvalt dan een Roerdomp) en een vrouwtje van de Grote Zaagbek. Geen Roerdompen dus… Aangekomen bij de eilanden ben ik nu wel weer wat veder gereden waardoor ik op een plek kwam waar grote aantallen Eenden zaten. Met name vond ik Wintertalingen en..: Pijlstaarten! Hier zaten er dus heel veel en tja, daar moet ik wel even de tijd voor nemen. Eigenlijk was de afstand voor écht mooi net te groot, maar toch was ik helemaal niet ontevreden met de foto’s die ik kon maken. De Pijlstaarten lieten zich op allerlei verschillende manieren goed zien waarbij er met regelmaat gegrondeld werd met de billen omhoog, waarbij de pijl-staart fier omhoog stak.
Op een bepaald moment kun je ook genoeg foto’s van de Pijlstaart hebben (al lijkt dat soms onmogelijk) en ben ik toch maar weer omgedraaid en teruggefietst. Ik ben gestopt voor een mooie Blauwe Reiger, toch maar weer 1 van de Reiger-familie, en net voor de sluis bij het Putter Gemaal zag ik een oranje-blauwe flits. Dat kan dus maar 1 ding zijn en met zijn oranje borst vooruit, zag ik de IJsvogel dus al snel aan de overkant van het water op een tak van een Wilg zitten. Ook weer eens heel leuk om deze flitsende soort te zien! Bij de sluis zelf zat een meer ingetogen gekleurde Aalscholver pontificaal op een meerpaal, maar geen Roerdomp… Ik ben toen de Middelbeekweg opgereden en eerst tot de snelweg gegaan. Daar kon ik niks vinden, dus gekeerd en rechtsaf de Arlersteeg opgereden. Daar zaten enorme aantallen Ganzen in de weiden: met name Brandganzen en Kolganzen. Een bijzonderder soort was de Canadese Gans die ik op de terugweg in de weiden bij het Gemaal zag. Op het punt waar je de dijk weer op kunt om naar de westkant te rijden, stond een groep mensen bij elkaar intensief naar de overkant te staren. Nog voordat ik mijn fiets had weggezet en bij hen stond, wist ik al dat er een Roerdomp gezien was. Ik vind het best vervelend als mij gevraagd wordt: “Wat ziet u???”, dus ik ben een beetje afzijdig gaan staan en ben zelf gaan speuren. En tot mijn grote genoegen vond ik hem ook! Eerst heel verscholen, voorzichtig jagend met zijn snavel plat op het water. Maar hij bewoog heel behoedzaam naar rechts, waar een soort van open plek in het riet was. Als hij daar nou eens uit zou komen… Terwijl ik daarop stond te wachten, zag ik dat 1 van de mede-Roerdomp-wachters een warmtekijker tevoorschijn haalde. Ik kreeg de indruk dat hij degene was die de vogel ontdekt had en bedacht dat het wel hele handige apparaatjes waren. Ik moest me er toch maar eens in gaan verdiepen… Na zo’n 20 minuten ingespannen hebben staan turen en geconcentreerd blijven afwachten (en verschillende keren de vraag: “Wat ziet u???” te hebben genegeerd), kwam de Roerdomp inderdaad uit bij de open plek en stapte er heel voorzichtig in. En zo kon ik hem eindelijk eens in volle glorie op de gevoelige chip zetten. Wat een ontzettend leuk moment! Vanuit de open plek liep de vogel naar achteren en verdween tussen het dichte riet. Het maakte niet meer uit: ik had m’n wensvogel van vandaag heel mooi kunnen zien.
Ik bedacht dat het daarmee ook wel weer mooi was geweest. Ik ben teruggefietst naar de westkant van de Polder en heb nog een laatste keer het Nekkeveld afgereden, aan het einde het fietspad opgegaan en zo weer teruggereden naar Stoomgemaal Hertog Reijnout. De Dodaarsjes die eerder verstoppertje hadden gespeeld, lieten zich nu wel een beetje zien en met deze pluizenbol was het dan ook klaar. Bij de parkeerplaats aangekomen heb ik mijn fiets weer gedemonteerd en in de auto geladen. Helemaal blij met de mooie dag en natuurlijk met het zien van de Roerdomp ben ik heel tevreden weer naar huis gereden. Eigenlijk was het prima te doen op de fiets en ik denk dat ik het een volgende keer weer zo ga doen…