browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Noorwegen, Sør-Varanger (Pasvik), 3 juni

Posted by on 3 juni 2025

 

Dag 1

 
Gisteravond laat ben ik weer geland op Gardemoen om vanochtend heel vroeg het vliegtuig naar Kirkenes te nemen. Het is weer de eerste week van juni, het is weer tijd voor Varanger! Ik had deze keer de reis zo gepland dat ik ’s ochtends al aan zou komen op Kirkenes om dan een dag Pasvik in te kunnen trekken. Dit gedeelte van Varanger (Sør-Varanger) wil ik al een tijdje bezoeken om andere soorten te proberen te gaan zien dan degenen die ik op het Schiereiland gezien heb. Om half 11 zette het vliegtuig wielen aan de grond op Kirkenesse bodem en kon mijn nieuwe avontuur in het hoge Noorden beginnen!

Op weg naar Varanger!

Vertrek uit Oslo: we gaan!

Dat bleek iets gemakkelijker geschreven dan gedaan. Ik kon mijn auto vlot halen en had hem ook snel gevonden. Een glanzend witte Toyota Corolla Cross. Een (te) grote auto, maar goed: ik zou me er wel mee redden. Toen ik rondom foto’s van de auto had gemaakt, m’n spullen had ingeladen en wilde starten, kreeg ik direct een foutmelding. Iets met bandenspanning. Tja, en dan rijd je dus niet lekker weg, wat ik dus ook maar niet deed en ben weer naar de verhuur-booth van Sixt gelopen. Daar bleek niemand meer te zitten, maar wel stonden er andere mensen die aan het bellen waren en blijkbaar een auto gehuurd hadden, maar deze dus niet konden ophalen omdat er niemand zat. Ze kregen niemand te pakken, waarop ik mijn mail ben gaan bekijken en een ander nummer vond dan zij probeerden en bood aan om dat te bellen. Gelukkig kreeg ik op dat nummer wel iemand te pakken en kon mijn vraag over de banden stellen. Dit bleek geen probleem: bij het wisselen van winter- naar zomerbanden moet het systeem gereset worden wat blijkbaar niet gedaan was. Ik heb meteen aangegeven dat er mensen op de sleutels van hun auto’s stonden te wachten en kon deze mensen vertellen dat gezegd was dat er binnen een kwartier iemand zou komen. En zo ben ik na dit oponthoud weer teruggelopen naar de auto heb hem gestart, de foutmelding negerend, en ben aan mijn week vogelen begonnen maar deze keer dus eerst naar het oosten gereden en bij Hessen rechtsaf geslagen richting het zuiden: Ik zou eindelijk Sør-Varanger, Pasvik gaan ontdekken!

Pasvik: Sør-Varanger

Eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik deze weg al wel een keer eerder gereden heb. Tijdens mijn eerste bezoek aan Varanger ben ik ook eerst naar het zuiden gereden, nog compleet onwetend hoe het allemaal zou gaan. Ik had vooraf gelezen over een soort natuurcentrum waar een birdfeeder zou zijn en wilde toen daar eerst mijn geluk gaan beproeven. Ik weet nog dat ik de sleutel van mijn koffer daar kwijt geraakt ben en dat er helaas weinig te zien was op de feeder, op een Huismus en Groenling na. Deze keer was ik van plan veel dieper de Taiga in te gaan en hoopte dat er nu meer te zien zou zijn. Het feit dat het nu voorjaar was en in 2017 nog volop winter, zal zeker gaan helpen.
De weg Pasvik in is heel mooi, zeker het eerste gedeelte. Hij voert langs een lang fjord, het Langfjord (what’s in a name…), met af en toe heel mooie uitzichten over dit fjord. Aan het einde buigt de weg weer iets af naar het oosten en voert door steeds bosrijker gebied, regelmatig meren (Vatnet) passerend. Op een gegeven moment, zo’n 15km ten noorden van Svanvik, bereikt de weg het Bjørnevatnet, een uitstulping van de Pasvikelva wat de grensrivier tussen Noorwegen en Rusland is. Ik ben de weg afgereden naar Svanvik waar het natuurcentrum/onderzoekscentrum van Bioforsk is. Ik herkende de gebouwen en het terrein, ondanks dat het er nu heel anders uitzag dan in 2017. Er stonden nog wat auto’s en er liepen redelijk wat mensen rond wat niet bevorderlijk was voor het aantal vogels. Deze zag ik dan ook niet… De birdfeeder was er nog wel, nu zelfs met een schuilhutje erbij (vorige keer stond ik half verscholen achter een muur in een flinke sneeuwbui), maar ook hier waren geen vogels te vinden. Ik ben daarop maar weer terug naar de auto gelopen en heb mijn weg verder vervolgd. Al snel kwam ik bij een 2de bekende plek: Svanvik Kirke, de houten kerk van Svanvik. Ook deze had ik de vorige keer al gezien, maar ook nu vond ik het meer dan de moeite waard er even voor te stoppen om er een foto van te maken.

Steeds dieper Pasvik in…

De weg loopt hier eigenlijk in een ruime cirkel van zo’n 15km. Ik had dat niet in de gaten en ben weer naar het noorden gereden om na ongeveer 8km een stukje naar het westen te rijden en daarna over de weg die ik al gereden had, weer af te zakken naar het zuiden. Na een kleine 20 minuten na vertrek bij de kerk zag ik vanuit een ooghoek ineens iets in de bosjes staan. Tot mijn heel grote vreugde bleek dit een Eland te zijn en met dit prachtige dier had ik de eerste “wild” foto gemaakt! De kop was eraf, dat smaakte absoluut naar meer! Zonder nog iets tegen te zijn gekomen, kwam ik op de splitsing waar je weer naar Skanvik kunt, maar ben ik nu rechts afgeslagen om verder zuidwaarts te rijden, dieper Pasvik in.

De andere Elandbeestjes

Al vrij snel werd mijn aandacht getrokken door een parkeerplaatsje bij een meer het Indre Loken. Het leek dat je vanaf die plek een mooi uitzicht over het meer had, dus ben ik gestopt om dat beter te gaan bekijken. Het bleek de accommodatie van de visclub Loken te zijn. Helaas leek ook hier niet zo heel veel te zitten, behalve een Witte Kwikstaart (natuurlijk!) en ging ik weer door over de Fv8850. Ik had onderweg een bord zien staan met “Øvre Pasvik Nasjonalpark” wat me de moeite waard leek om te gaan bezoeken. Daarvoor hoefde ik alleen de Fv8850 zo’n beetje helemaal af te rijden en dan zou ik er wel komen. Op een gegeven moment werd mijn aandacht getrokken door een witte vlek ergens rechts op het water. Gelukkig was er iets verderop een plek waar ik de auto neer kon zetten en ben een stukje teruggelopen om te zien wat het was. Ik hoopte Nonnetjes of Brilduikers in hun zomer-omgeving te vinden en het bleek de laatste te zijn. Het was een koppeltje en helaas bleven ze erg ver weg. Ik heb er een paar plaatjes van gemaakt en ben weer verder gegaan. Na 10 minuten rijden kon ik weer op de rem gaan staan. Van de rechterkant van de weg stak een moeder Eland over gevolgd door 2 jongen! Het duurde natuurlijk net te lang voordat ik de auto goed gestopt had en m’n camera klaar had. Ze verdwenen met grote snelheid voor zulke grote dieren tussen de bomen, waardoor ik de moeder sowieso niet meer in beeld kreeg. Wel lukte het om de 2 jongen vast te leggen wat ik helemaal geweldig vond. Ik ben langzaam weer verder gereden, ogen en oren goed open houdend om niets te zullen missen. Ondanks mijn oplettendheid zag ik eigenlijk niks. Een paar Wilde Zwanen na een half uur rijden was het enige.
Doordat ik goed om me heen bleef kijken, kreeg ik het landschap ook goed mee. Het was zeer bosrijk: Berken afgewisseld met naaldbomen bepaalden grotendeels het uitzicht. Met een zekere regelmaat werden de bossen onderbroken door weiden en akkers. Deze leken me minder interessant en ik schonk hier dan ook niet zo veel aandacht aan. Een Zwarte Kraai of Raaf liet ik ongemoeid en zo bereikte ik de afslag naar de ingang van het Nasjonalpark. Daar zat een Noordse Gele Kwikstaart en na die op de foto te hebben gezet, besloot ik dat ik het park in zou rijden. Het was maar 15km…
Na ongeveer 500 meter hield de verharding van de weg op en werd het wat onregelmatiger. En het werd onregelmatiger en onregelmatiger… En mijn snelheid werd lager en lager en de 15km gingen steeds langzamer voorbij. Ik was om half 4 bij de ingang van het Park aangekomen en begon te twijfelen of ik wel moest doorrijden tot het einde van de weg: ik moest ook weer helemaal terug en zat hier op het verste punt. Het was ook nog 250km naar Vestre Jakobselv wat me, volgens Maps, een kleine 4uur zou kosten en ik wilde niet pas midden in de nacht aankomen… Maar goed, als je eenmaal een weg bent ingeslagen is het ook weer lastig om zomaar om te draaien. Wie weet wat ik allemaal nog tegen zou komen… De landschappen en uitzichten waren in ieder geval zeer de moeite waard. En de rust…
Ik besloot dus om door te rijden in de hoop misschien een Houtsnip of een Hoen spec. te gaan zien. In eerste instantie bleef het bij een Bonte Kraai op grote afstand bovenop een elektriciteitsmast en een Bosruiter aan de oever van 1 van de vele meertjes. Af en toe werd het bos verwisseld voor een uitgestrekte heide, maar het dichte bos bepaalde het landschap. En eigenlijk maakte dat dus het vogelen vanuit de auto behoorlijk onmogelijk. Er was hierdoor weinig zicht op wat iets verder van de weg zou zitten en in die beboste stukken zag ik dan ook niets. Op een volgend meer zag ik wel weer een koppeltje Brilduikers. Ik vind het zo leuk dat ik het hele jaar door met deze fantastische soort bezig kan zijn: ’s winters aan de kust van Nederland of op de randmeren van de Arkemheense Polder. In het voorjaar zijn ze hier op de grotere meren en kon ik ze dus zien in hun natuurlijke broedgebied.

Øvre Pasvik Nasjonalpark

Na 2 uur(!) rijden en niets meer gezien te hebben, kwam ik aan bij het einde van de “weg”. Hier bleek ook een shelter van Biotope te staan waar kampvuur- en overnachtingsmogelijkheden waren. En ook stond er een bordje waar: “Treriksrøysa 5km” op te lezen was. Het bleek dus dat je vanaf dit punt nog eens 5km verder moest, ik te voet want ik had geen sneeuwscooter bij me. Dat leek me een beetje teveel en lichtjes teleurgesteld ben ik weer in de auto gestapt om de weg terug weer te beginnen. Nou wist ik niet wat de “Treriksrøysa” was, dus wat ik er aan zou missen, maar toch vond ik het wel jammer. Ik heb het later opgezocht en het bleek een drielandenpunt te zijn: Noorwegen, Rusland en Finland grenzen hier aan elkaar. Misschien interessant, maar ik heb er geen spijt van dat ik dit toch maar niet gedaan heb (in Zuid-Amerika heb ik eerder wel eens zo’n punt bezocht en natuurlijk ook in Vaals…).
De terugweg was bijna net zo rustig als de heenweg. Alleen werd ik nu vrij snel opgehouden door een Hoen die ik verderop op de weg zag lopen. Ik kon er snel wat foto’s van maken en daarna zelfs nog wat dichterbij komen en nog meer foto’s maken. Ik was er direct van overtuigd dat ik het wijfje van de Auerhoen op de foto aan het zetten was, dus had ik een nieuwe soort te zien gekregen! En wat voor 1! Omdat ik na terugkomst in Nederland toch wat twijfelde heb ik nog eens heel goed naar de foto’s gekeken en bleek dat het geen Auerhoen was, maar het wijfje van het Korhoen. Alsnog een geweldige nieuwe soort! Ik moest de terugweg nog 1 keer onderbreken voor een Eend een stukje in het bos wat een vrouwtje van de Pijlstaart bleek te zijn. Een bijzondere omgeving voor een prachtige soort.
Toch wat sneller dan dat ik het park in gereden was, was ik er weer uit. Ik had eerder gezien dat er een schuilhut langs de “grote” weg zou moeten liggen met uitzicht op de grensrivier waar ook weer mooie soorten te zien zouden moeten zijn. Ik was de hut op de heenweg al voorbij gereden, maar nu zag ik het bordje wel en ben meteen gestopt om het zicht vanaf de hut te bekijken. De hut bij Gjøbukta lag op een heuveltje tussen de bomen en het uitzicht over het meer Höyhenjärvi (Fjørvatnet in het Noors) is erg mooi. Er waren nog 2 mensen in de hut aanwezig: een echtpaar uit Engeland en we wisselden wat wetenswaardigheden uit. Zij vertelden onder andere over een 2de hut nog verder naar het noorden waar een enorme groep Wilde Zwanen zou moeten zitten. Onderwijl was ik over het water aan het speuren naar alles wat maar interessant was. Ik was speciaal gefocust op Meeuw-achtige verschijningen: in deze streek zouden Dwergmeeuwen kunnen zitten en dit was 1 van de soorten die ik heel graag zou willen zien. Als eerste zag ik een Kuifeend helemaal aan de andere kant van het water zitten: het was een begin… Maar direct daarna vloog er een witte gedaante het beeld in. Ik was direct paraat en maakte meteen wat foto’s.

Weer noordwaarts: op weg naar het Schiereiland

Het zou toch niet… En inderdaad: het was er geen. Het bleek een Stormmeeuw te zijn. Ook leuk, maar… Aan de rand van het water aan de kant van de hut (nog steeds ver weg) zat een Zeearend. Altijd een indrukwekkende verschijning, zeker toen hij later op de wieken ging en zich in vol ornaat liet zien. Aan de andere kant van het water dan waar de Zeearend zat, liepen 2 Kraanvogels. Deze pasten ook echt hier in de omgeving en ik vond het dan ook erg leuk deze steltige types te zien. Ik was druk de Kraanvogels nog enigszins leuk op de foto te krijgen ondanks de afstand, toen er weer een witte verschijning verscheen. Weer heb ik direct m’n camera op hem gericht en wat bleek: deze keer was het inderdaad de Dwergmeeuw! Ik had hem gezien, weer eentje voor op de lijst! Ook dit Meeuwtje zat erg ver weg, waardoor ik hem misschien niet helemaal optimaal kon vastleggen, maar wel kon ik hem goed bekijken en zijn jachttechniek goed observeren. Hierbij scheerde de vogel vlak over het water om er insecten vanaf te pikken. Heel kunstig. Ik was verder nog in de gelegenheid 2 Eenden vast te leggen en bedacht dat het daarmee wel mooi was geweest. Ik had de Meeuw en moest nog een heel eind rijden. Tijd om door te gaan.
Nadat ik een kwartiertje gereden had, zag ik weer een zwarte vogel in een veld zitten en bedacht dat het wel weer een Kraai of Raaf zou zijn. Toch ben ik maar even gestopt om het goed te bekijken en ik ben erg blij dat ik dat gedaan had. Het bleek namelijk een Korhoen man te zijn! Deze had ik nog nooit gezien (en omdat ik dacht dat het eerdere vrouwtje een Auerhoen was, dacht ik dat dit mijn eerste sowieso was). het lukte om best wat aardige plaatjes te maken en de man liet zelfs heel licht baltsgedrag zien. Perfect! Achteraf denk ik dat die eerste “Kraai” ook wel eens een Korhoen kan zijn geweest, maar daar denk ik maar liever niet meer aan… Op een omgeploegde akker een klein stukje verder waren verschillende Stormmeeuwen en Kraaien (nu wel) aan het foerageren. Weer een kwartier verder vond ik weer een Brilduiker op een kleine plas. Deze zat een stukje dichterbij, dus kon ik eindelijk eens een behoorlijk plaatje van deze schitterende Eend maken. En dat hier!
Zoals ik eerder al schreef had ik gezien dat er 2 observatiehutten langs de weg zouden moeten liggen, of in ieder geval in deze regio. De eerste had ik dus gevonden en ik was nu ook wel benieuwd naar de andere. Het zoeken was me eerder al wel wat bemoeilijkt doordat ik door m’n beltegoed was. Tijdens mijn rondtocht door dit gebied kreeg ik af en toe een melding over “iets met een server” maar dit wist ik prima te negeren. Toen ik een melding kreeg dat m’n data bijna op was en ik wat beter keek, bleek dat ik ingelogd was op een Russisch netwerk. Ik had al wel eens gelezen dat dit gigantisch data slurpt en dit was bij mij dus, geheel ongemerkt, ook gebeurd. Ik moest dus offline gaan, heb het thuisfront dat even laten weten, maar kon nu dus ook niet meer navigeren op punten die ik eerst moest opzoeken. Ik zou het dus uit m’n hoofd moeten gaan doen…


Skrøytnes: rust en een prachtig uitzicht…

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het observatiepunt waar het Engelse echtpaar het over had gehad niet zomaar gevonden kreeg. Ik denk dat ik ergens onderweg wel een bord heb zien staan en ben er eerst (weer) voorbij gereden. In dit geval pakte dat goed uit, want ik passeerde een plek waar ook weer een Brilduiker zat. Deze zat zelfs nog dichterbij dan de vorige en deze Goudoog liet zien dat hij het voorjaar in z’n bol had. Toen ik eenmaal doorhad dat ik de afslag gemist had, ben ik weer omgedraaid om op tijd de afslag naar Skrøytnes te nemen. En daar vond ik al vrij snel het observatiepunt. Een houten vlonderpad liep naar de hut dat op een soort stellage stond waar je met een trap bij kon komen. Toen ik de trap beklommen had en in de hut uitkwam, was ik even stil… Ik keek uit over een prachtig sereen landschap in prachtig licht. Het was helemaal stil, op blatende Watersnippen en roepende Wilde Zwanen na. Een werkelijk prachtige scene. Op het water voor de hut zat een koppeltje Brilduikers en zwom er een Wintertaling rond.

Bijna weer bij het Varangerfjord

In het noorden zat op het water, heel in de verte, inderdaad een grote groep Wilde Zwanen. Ik heb er verschillende foto’s van gemaakt, ook nog van een vliegend exemplaar en een Kuifeend, en heb een filmpje gemaakt van het landschap en de stilte… Daarna ben ik weer naar de auto gelopen en ben ik begonnen aan de reis naar het Schiereiland. Het was ondertussen bijna 8uur en ik had nog 200km te gaan om bij m’n hostel te komen… Tijdens het eerste gedeelte van de terugreis was er geen enkel oponthoud. De eerste keer dat ik weer gestopt ben, was bij m’n vaste punt met het uitzicht over het Munkefjord.


Skoltefossen…

Hier was ik nog niet eerder zo laat langs gereden (het was ondertussen 9uur), en het licht en de lucht maakten de stop weer zeer de moeite waard. En door! Natuurlijk moest ik ook stoppen bij de brug over de Njávdánjohka bij de Skoltefossen. Deze keer heb ik de foto’s vanaf de brug en de overkant gemaakt om eens een ander beeld te hebben. Ook heb ik maar weer een filmpje gemaakt om het natuurgeweld nog beter vast te leggen.
En daarna ging het even lekker door. Het was rustig op de weg, het was natuurlijk al best wel laat, en ik kon goed doorrijden. Wel hield ik natuurlijk ogen en oren goed open om niets te missen, maar de kans dat er nu nog iets te zien zou zijn leek me toch niet zo heel groot. Na ongeveer 5km na de brug bij Neiden daalt de weg een beetje en kijk je links uit over een enorme vlakte, het Færdesmyra naturreservat. Mijn gastheer en vrouw hadden eerder wel eens verteld dat je hier goed moet uitkijken naar Elanden, maar deze had ik hier nog nooit gezien. Maar goed, ik kijk altijd wel even extra hier en zag plotseling iets staan. Niet eens zo heel ver van de weg stond een enorme kolos. Omdat het zo rustig op de weg was, durfde ik wel even te stoppen en bleek het inderdaad een Eland te zijn! Een enorm dier wat me rustig stond aan te kijken. Hij matchte mooi bij de kleuren van de omgeving en tevreden kon ik na het nemen van verschillende foto’s weer verder. Ik kon na deze korte stop weer even flink opschieten tot ik ergens ter hoogte van het Varangerfjord weer een Eland zag! Ook nu kreeg ik weer de kans om hem (haar?) mooi vast te leggen en heb daarna het gas flink ingetrapt om niet al te laat in Vestre Jakobselv aan te komen. Het was al 10uur…
Ik heb geen stops meer gemaakt, zelfs niet bij de parkeerplaats met het mooie uitzicht op Varanger. Ik ben in 1 lijn doorgereden en kwam uiteindelijk om 11uur aan in Varangertunet. De eigenaars waren er al niet meer maar hadden me verteld waar ik de sleutels kon vinden, van een andere kamer deze keer, en ik heb snel m’n spullen uitgeladen en naar m’n kamer gebracht. Heel moe, maar zeer voldaan over deze dag, ben ik naar bed gegaan en viel al snel in slaap. En dat was maar goed: morgen moest ik weer aan de bak…
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Volgende