Ik sta in de mailinglist van verschillende vogel/natuurorganisaties en krijg daarom nog wel eens interessante mails over vogelreizen/uitstapjes. Zo kreeg ik enige tijd geleden een mail met daarin een interessante weekendtrip naar Engeland: op vrijdag met de boot naar Hull, vervolgens met een bus richting Bridlington en daar naar Flamborough Head. Vervolgens was er een keuze om lopend naar het volgende punt te gaan, Bempton Cliffs, of met de bus naar Bempton om vandaar weer met de bus naar Hull te worden gebracht om de zaterdagavond de boot terug naar Nederland te nemen. Het was niet zo heel duur en de beloofde soorten waren de moeite waard: vanaf Flamborough Head waren verschillende interessante (zee)vogels te zien en bij Bempton zat een kolonie Jan-van-Genten wat sowieso de moeite waard is. Maar door de foto van de Noordse Stormvogel werd ik extra enthousiast. Ik vind dit zo’n prachtige, stoere vogels die ik helaas veel te weinig te zijn krijg… Ik heb de organisatie die dit reisje organiseerde gemaild met de vraag of er nog plaats was om mee te gaan. Ik kreeg al vrij snel een mail terug met de mededeling dat het door gebrek aan deelnemers niet door zou gaan, maar dat ik een volgende keer weer welkom zou zijn. Heel vriendelijk, maar wat ontzettend balen! En nu had ik dus een probleem: ik wist van een plek waar ik Jan-van-Genten én Noordse Stormvogels zou kunnen vinden op maar een dag reizen. Er stond ook beschreven dat er Kerkuilen en vele andere soorten te zien zouden kunnen zijn en dat moest ik nu allemaal maar laten gaan?
Kijk: die boot kon ik natuurlijk zelf reserveren. Maar hoe zou ik dan bij Bridlington/Flamborough Head en Bempton kunnen komen? Toen ik op een avond op Googlemaps zat te kijken, zag ik dat er in beide plaatsen een station was die aan dezelfde spoorlijn lagen. En die spoorlijn liep van Scarborough naar… Hull! Dus ik zou de trein kunnen nemen naar Bridlington, daar vervoer zien te regelen naar Flamborough Head om vervolgens te lopen naar Bempton Cliffs (zoals in de excursie) om in Bempton de trein terug weer te nemen naar Hull om daar weer de boot terug te kunnen nemen…
Dat moest toch te doen zijn? Het bleek maar 40 minuten met de trein te zijn van Hull naar Bridlington en het was ook nog eens best goedkoop. Het enige nadeel van de Engelse spoorwegen is dat je een kaartje moet kopen voor een bepaald tijdstip. Ik moest dus weten hoe laat de boot zou aankomen en hoe lang het vervolgens zou duren om van de ferryterminal bij het station te komen. Wat heel goed geregeld bleek te zijn, was dat er een pendelbus rijdt tussen het station Rotterdam en de ferryterminal van P&O op de Maasvlakte en ook weer van de terminal in Hull naar het station in Hull (en op de terugweg alles omgekeerd…). De boot zou om 21uur vertrekken en dan zouden we om 7.30uur (plaatselijke tijd) aankomen. Iedereen moet dan nog natuurlijk van de boot af, door de douane en dan nog met de pendelbus naar het station, wat een 20 minuten zou kosten. Na wat rekenwerk kwam ik er op uit dat de trein van ± half 10 mogelijk zou moeten zijn. In Bempton zou ik om 16.30 uur de trein weer moeten hebben om de pendelbus naar de ferry te kunnen halen. Ik had dan zo’n 6 uur om naar beide plaatsen te gaan en al het moois wat ik zou gaan zien vast te leggen: dat moest toch te doen zijn? Toen ik het allemaal zo’n beetje uitgezocht had, ben ik de kaartjes voor de boot en trein gaan regelen, waarna er niets meer in de weg stond om te gaan!
Een paar dagen voor vertrek kreeg ik bericht dat de boot een half uur eerder zou gaan. Dat was alleen maar in mijn voordeel: we zouden dan dus ook eerder aankomen en ik zou dus een trein eerder kunnen nemen. Ik heb een nieuw treinkaartje gekocht (de andere uiteraard bewaard), zodat ik ook plek zou hebben in een vroegere trein. En zo stapte ik, gewapend met de nodige tickets en m’n foto uitrusting in een oude rugzak, op vrijdagmiddag om iets over 2en in de trein in Ede en kon m’n korte birdingbreak beginnen!
Volgens de kapitein van de Pride of Rotterdam zou het een rustige overtocht worden, ik zou het anders omschreven hebben. Bij mij viel “licht onstuimig” te binnen. Ik ben letterlijk een keer omgerold in mijn kooi en toen ik in de hut (scheepstermen!) naar het toilet wilde gaan, ging dat zwalkend en werd ik al heel snel niet lekker… Rustige overtocht, m’n grootje! Maar goed, ’s ochtends om 7uur was het allemaal weer tot rust gekomen en ben ik weer naar het zonnedek gelopen. En wat bleek: we waren de Humber opgevaren onder een strakblauwe lucht en naderden Hull al bijna.
Na aankomst duurde het even voor we van boord konden en door de douane waren. De pendelbus stond al keurig te wachten, dus ik zou zeker de trein van 9.20uur moeten kunnen halen. Alleen vertrok de bus niet meteen. De chauffeur moest wachten tot iedereen van boord was zodat er niemand achter hoefde te blijven. Hij wist niet hoelang dat zou duren maar, hoopte om 9uur te kunnen vertrekken. Met een rit van 20 minuten en een trein die om 9.20uur zou vertrekken, werd het dus spannend of ik het zou gaan halen. Ik besloot om een 3de kaartje te kopen, voor een trein later, waarmee ik alle mogelijke tijdstippen om te vertrekken afgedicht had (het 2de kaartje van het eerdere tijdstip had ik natuurlijk al niet meer nodig). Tijdens het wachten raakte ik aan de praat met een oudere Engelsman die de overtocht speciaal had gemaakt om sigaren in Rotterdam te kopen. We hadden een leuk gesprek, maar toen om 9uur de chauffeur aangaf zo te gaan vetrekken, zijn we snel de bus in gegaan om hem niet op te houden. En zo reden we ongeveer 5 over 9 weg bij de ferryterminal en zag het ernaar uit dat ik de volgende trein moest gaan nemen. Maar wat bleek: de chauffeur had er goed de vaart in en reed goed door, ook wanneer verkeerslichten op oranje sprongen. Hij wist de rit in iets minder dan 20 minuten af te leggen en de oudere Engelsman sprintte met me de bus uit om me het juiste perron te wijzen. Hij kende blijkbaar de weg in het station en bracht me feilloos naar het juiste perron, waar ik m’n kaartje (het 1ste dat ik gekocht had) al klaar had waarmee ik door de poortjes kon en zo de trein in kon. Nog geen minuut nadat ik zat, ging het fluitje en vetrokken we! Ik had het gehaald: Bridlington, ik kom er aan!
Na een mooie rit door het Engelse platteland met uitzicht op vele koolzaadvelden en op de prachtige Anglicaanse kerk van Beverley, kwam ik om 10uur aan in Bridlington. Ik ben snel uitgestapt, het station uitgelopen om de 1ste de beste taxi te pakken. Toen ik op het plein voor het station kwam, kreeg ik even twijfel: nergens was er een taxi te bekennen. Ik zag een man aan de overkant van het plein lopen en vroeg hem of hij wist waar de taxi’s zouden moeten staan. Hij wist het niet maar kon wel vertellen dat het groen/witte auto’s waren. Kort nadat hij doorgelopen was, reed er een groen/witte auto het plein op om iemand af te zetten bij het station. Ik ben er snel heengelopen en heb de chauffeur gevraagd of hij me bij Flamborough Head af kon zetten, wat geen probleem was. En zo was ik eindelijk onderweg voor het laatste stukje naar Flamborough en Bempton Cliffs.
Het was een gezellige rit en de taxichauffeur zette me uiteindelijk af bij het Flamborough Head Lighthouse. Het was nog steeds strakblauw en een aangename temperatuur. Maar dan de omgeving… Wat was het er mooi! Groene heuvels die eindigden bij hoge krijtrotsen uitlopend in een eindeloze zee. Echt schitterend. Ik had gezien dat er een soort observatiehuisje stond met uitzicht over zee en ik ben die kant opgelopen. Voordat ik aan de wandeling begon, heb ik m’n camera uit de rugzak genomen, alles ingesteld om er zeker van te zijn dat ik niks zou hoeven missen. En daarom kon ik als eerste een enthousiast zingende Heggemus vastleggen, waarmee het los kon gaan. Nadat ik verder gelopen was richting het huisje zag ik een Rouwkwikstaart over de grond scharrelen. Het werd maar leuker en leuker!
Na een klein stukje lopen kwam ik aan de rand van de krijtrotsen…: wat een prachtig uitzicht! De krijtrotsen met daarboven een blauwe lucht en aan de voet een immense, blauwe Noordzee. En de krijtrotskust die zo ver naar het noorden strekte als je maar kon kijken. Maar ook nog: hier zaten al duizenden vogels. Ver op zee vlogen Jan-van-Genten af-en-aan, vanaf de krijtwanden klonk het kenmerkende Kittiweek, kittiweek van de Drieteenmeeuwen en zaten er verschillende Zeekoeten op de rotsen. Ik moest dus maar meteen beginnen met werken: allemaal prachtige soorten waarvan ik de mooiste plaatjes mee naar huis wilde nemen. Na de eerste foto’s gemaakt te hebben, ben ik een stukje langs de rand gelopen om te kijken wat er nog meer te zien was en om weer andere plaatjes van de kust te kunnen maken. Ik kwam uit bij een gebouwtje en trof daar een vriendelijk echtpaar waar ik even mee heb staan praten. Zij wisten te vertellen dat er een Zwarte Roodstaart bij het huisje zou moeten zitten. Ook weer een soort om even naar op zoek te gaan. Ik vroeg ze of zij wisten hoelang de wandeling naar Bempton zou duren. Zij hadden de wandeling ook gemaakt (in tegengestelde richting) en in zo’n 1½ á 2 uur zou het te doen moeten zijn. Maar wel op voorwaarde dat: “you keep your nose to the ground and don’t stop anywhere”. Tja, dat zou dus wel eens wat langer kunnen gaan worden… Ik ben dus maar snel naar het huisje gelopen om de Zwarte Roodstaart te zoeken. Lang duurde dat niet: de Roodstaart zat op een paaltje van het hek bij het huisje en ik kon hem meteen mooi fotograferen. Ik had alleen wel heel erg tegenlicht en heb daarom een omtrekkende beweging gemaakt om de vogel voor een donkere achtergrond te krijgen. Hij leek niet heel schuw, dus dat lukte mooi en zo kon ik hem nog beter vastleggen dan de op eerste foto’s. Ik ben daarna nog een keer naar de krijtrotsen gelopen om me weer op de zeevogels te concentreren. En het was meteen raak, vrijwel direct nadat ik weer zicht op de rotswanden kreeg, vloog er een Noordse Stormvogel voorbij. Deze prachtige soort had ik al niet meer gezien sinds onze huwelijksreis naar IJsland en ik was dus ontzettend blij dat ik hem weer zag. Hij scheerde voor de kliffen langs, waarschijnlijk op zoek naar prooi, en verdween dan ook vrij snel uit het zicht. Ik heb toen nog wat foto’s gemaakt van Drieteenmeeuwen en Alken en bedacht dat ik zo langzamerhand eens aan de wandeling naar Bempton zou moeten beginnen. Er was nog veel te zien, de weg was nog vrij lang en ik moest in de middag een trein zien te halen…
Bij de gebouwen rond de vuurtoren werd ik bijna aangevlogen door een paar Oeverzwaluwen, maar deze hadden niet de rust even te blijven zitten voor een kiekje, maar een Boerenzwaluw had dat gelukkig wel, dus pikte ik die nog even mee. En zo begon ik aan de wandeling over de Headland Way, het stuk van Bridlington naar Bempton. Het eerste gedeelte liep wat weg van de rand waardoor de eerste soorten die ik langs het pad kon vastleggen een Kauw, Heggemus én..: een Rietzanger waren. Die laatste soort had ik hier niet direct verwacht, maar blijkbaar zijn ze flexibeler wat betreft hun omgeving dan hun naam doet vermoeden. Deze zanger had zijn intrek genomen in een Bramenstruik in een dalletje en leek het daar prima te vinden. Iets verderop struinde er nog wat Spreeuwen over een weiland, en kreeg ik een klein stukje verderop het Original Flamborough Lighthouse nog even in beeld. De oude vuurtoren helemaal opgetrokken uit kalksteen die iets verder landinwaarts staat. Daarna boog het pad weer af terug richting de zee en kreeg ik weer zicht op de rotsen, de zee en alle vogels die daarbij horen. Vanaf dit punt bleef het pad de grillige contouren van de kustlijn volgen. Aan 1 van de wanden zaten honderden Zeekoeten, een beeld wat heel herkenbaar was vanuit Hornøya, alleen zie je daar de wanden van onderaf en hier juist van bovenaf. Toen ik weer even richting het zuiden keek en de nieuwe vuurtoren in beeld had, vloog er weer een Noordse Stormvogel voorbij. Ook kreeg ik steeds de Jan-van-Genten iets beter in beeld (die allemaal richting het noorden, richting Bempton, leken te vliegen. Het zou er wel druk zijn…) en kon ik weer de nodige foto’s van Zeekoeten, Drieteenmeeuwen en Alken maken. Tot mijn grote blijdschap verscheen er ook weer een Noordse Stormvogel in beeld die ik deze keer wat langer kon volgen en waar ik een paar prachtige foto’s van kon maken. Het leek maar niet op te houden! Toen er ook nog een een Veldleeuwerik opsteeg en zijn lied liet horen, was het multimedia plaatje wel compleet.
Na zo’n 1½ uur lopen kwam ik aan bij the Queens Rock (ik liep dus niet helemaal op schema; ik was nog lang niet halverwege…). Een paar Engelsen die ik eerder al gesproken had, wezen me op een Papegaaiduiker die aan de overkant van de baai zat en vertelden dat er hier een Noordse Stormvogel zat te broeden. Het duurde even voordat ik de Papegaaiduiker in beeld had, een beetje zielig in z’n eentje (voor veel mensen die ik die dag gesproken heb wel zo’n beetje de belangrijkste soort om hier naartoe te komen), maar de Noordse Stormvogels had ik snel in m’n vizier en zo kreeg dit koppel ook weer mooi in beeld. Aan een paar wandelaars vroeg ik hoe ver het nog was naar het RSPB centrum van Bempton en zij schatten in dat het nog zo’n 2uur lopen zou zijn. Dat was niet helemaal waarop ik gehoopt had. Ik werd al een beetje moe, het lopen ging dus niet meer zo snel, het was warm en er was veel te veel te zien. Geen goed combinatie wanneer je om half 5 ook nog een trein moet halen… Dus door. Het pad liep weer een stukje “naar binnen” dus kregen een Kneu en een Torenvalk ook even wat foto-tijd, waarna ik me weer op de steeds dichterbij komende Jan-van-Genten kon concentreren. Na weer een tijd gelopen te hebben zag ik iets van het pad af, dichterbij de rand van de kliffen, een man en een vrouw staan.
De Jan-van-Genten kwamen hier wel heel mooi voorbij vliegen, dus liep ik voorzichtig naar de man toe. Vanaf zijn plek kon ik al aardige beelden van de Genten maken, maar ik zag dat bij de vrouw, zo’n 20 meter terug, de Noordse Stormvogels vlakbij kwamen. Omdat ik dacht dat ik de Jan-van-Genten nog wel te zien zou krijgen bij Bempton Cliffs, besloot ik voorzichtig naar de vrouw te lopen en vanaf haar standpunt het 1 en ander vast te leggen. Ik vroeg haar zachtjes of ik bij haar kon komen staan wat ze voorzichtig accepteerde. Het bleek dat vlak onder haar een Jan-van-Gent op een nest zat en we wilden deze natuurlijk niet verstoren. Barbara, zo heette de dame, vertelde me dat ze hier heel vaak kwam en dat ze deze Gent vorig jaar het hele broedseizoen gevolgd had. Ze had het baltsen gezien, de eieren, het uitkomen van de jongen en uiteindelijk had ze de jongen ook zien uitvliegen. Nu maakte ze zich zorgen om deze vogel. De partner van deze Gent was al een tijdje niet verschenen en ze was bang dat hij (of zij) het alleen zou moeten zien te redden, wat natuurlijk een bijna onmogelijke opgave is… Terwijl wij daar aan het praten waren verschenen af en toe ook de Noordse Stormvogels waar ik steeds mooiere foto’s van kon maken. Af en toe hield ik de krijtrotsen op de achtergrond in het beeld, maar ik kon ook bijna beeldvullende opnamen maken. Ik vertelde Barbara dat ik er voor 1 dag was en dat ik de trein in Bempton moest gaan halen. Ze gaf aan dat het nog best een stukje lopen was en bood aan het taxibedrijf in Bempton te bellen om vervoer te regelen vanaf de RSPB naar het station, zodat ik die tijd in ieder geval niet kwijt zou zijn. Helaas kreeg ze een voicemail met de mededeling dat ze al volgeboekt waren voor deze dag… Ik zou dus moeten gaan lopen. Ik heb nog een paar foto’s gemaakt van “haar” Jan-van-Gent wat ze heel fijn vond en ben maar weer verder gelopen.
Af en toe had ik weer prachtig zicht op voorbij vliegende Stormvogels of Genten, maar ik kon daar steeds minder tijd voor nemen. Rond half 3 kwam ik bij een gebied waar het steeds wat drukker leek te worden. Er waren zelfs wat vlonders van waaraf er mooi uitzicht was op de kolonie Jan-van-Genten en alles wat er maar rondvloog. Alleen zag ik nergens het bezoekerscentrum, dus ben ik hier maar even gebleven maar kon nog wel wat mooi foto’s van de Jan-van-genten maken, maar ook een Kauwtje en Drieteenmeeuw kreeg ik op de gevoelige chip. Maar ja, geen bezoekerscentrum dus ik moest vast nog een stuk verder. En zo ben ik nog een heel stuk doorgelopen en werd het weer wat rustiger met mensen, maar ook met vogels… Na weer een heel stuk doorgelopen te zijn, en de vermoeidheid en pijn in m’n voeten serieus begonnen te worden, heb ik op m’n telefoon gekeken hoe ver het nog zou moeten zijn. En wat bleek..: Ik was het centrum voorbij gelopen! Ik zou bijna weer een uur terug moeten lopen en daarna nog een half uur naar het station: ik kon mijn trein dan niet meer halen… De vlonders en de vele Jan-van-Genten hadden me moeten doen beseffen dat ik er daar was (wat ik achteraf gezien ook wel wist van de foto’s die ik thuis al op Google Maps had bekeken van de omgeving). Ik ben weer omgedraaid en zo snel als ik kon, wat niet meer heel snel was, ben ik weer teruggelopen. Ik kreeg een groepje mensen in de gaten die een stukje voor me liepen en met een laatste, kleine, versnelling kon ik ze inhalen. Ik vroeg ze even te stoppen en of ze wisten dat het klopte dat het bezoekerscentrum een stuk terug was. En tot mijn grote teleurstelling bleek het inderdaad te kloppen. Ik legde uit hoe mijn situatie was, waarna 1 van de mannen me aanbood me wel naar Hull te kunnen brengen. Ik bedankte hem hartelijk en zei hem dat dat niet per se nodig was, maar als iemand me naar het station zou kunnen brengen… Ze vroegen hoe laat ik de trein moest hebben, keken op hun horloge en zeiden: “we’re gonna make it!” Ik was ontzettend blij en ben met hen meegelopen naar het bezoekerscentrum. De man die me zou brengen liep samen met z’n vriendin een stukje voor me en ik heb opgelopen met zijn moeder en broer. Met hem heb ik het over (Nederlands) voetbal gehad waar hij verrassend veel van wist. Na een half uur behoorlijk doorlopen (ik kón gewoon niet meer), kwamen we aan bij het RSPB bezoekerscentrum van Bempton Cliffs. Nou moest ik er alleen zo snel mogelijk weg… Geen tijd meer voor souvenirs, snel door het centrum heen en toen konden we de chauffeur niet vinden. De broer waarmee ik opgelopen was bood me toen aan dat hij me wel kon brengen, maar op dat moment kwam de eerste broer aangereden en ben ik snel ingestapt. Een korte rit waarin we nog even tijd hadden om wat te kletsen (de broer en zijn vriendin waren allebei in opleiding tot arts) volgde en om 16.29uur (niet gelogen!) kwamen we aan bij het station van Bempton. Ik heb snel m’n spullen uit de auto gepakt, de mensen uit de grond van m’n hart bedankt, en ben snel het perron opgelopen. Na 1 minuut verscheen de trein en kon ik eindelijk even rusten… Ik had het gehaald dankzij een paar ontzettend aardige Engelse mensen en kon nu eindelijk de stress een beetje van me af laten glijden.
Op het station van Hull kwam ik ruim op tijd bij de pendelbus standplaats en zo kwam ik ook ruim op tijd aan bij de ferryterminal van P&O. Op de boot had ik weer dezelfde hut en nadat we afgevaren waren ben ik weer even naar het zonnedek gelopen. Het was ondertussen helemaal dichtgetrokken, het regende lichtjes en daarom was het niet heel moeilijk afscheid te nemen. Doodmoe ben ik naar m’n hut teruggegaan, heb een paar peperkoeken als diner genomen en ben gaan slapen. Na een rustige overtocht voeren we om 8uur weer ter hoogte van Hoek van Holland en meerden we om 9uur aan bij de ferryterminal op de Maasvlakte en moesten we weer wachten tot iedereen die met de pendelbus mee zou gaan er zou zijn. Wat mij betreft duurde dat best lang, maar goed, uiteindelijk vetrokken we toch en na een rit van 40 minuten stond ik weer op de busstop waar ik 1½ dag geleden begonnen was, en om kwart voor 11 zat ik weer in de trein naar huis…
Wat ben ik blij dat ik een beetje bij toeval de advertentie voor de excursie naar Bempton Cliffs tegenkwam en hierdoor de mogelijkheid zag deze weekendtrip zelf te ondernemen. Het was een geweldige en zeer geslaagde onderneming. Niet in de laatste plaats vanwege het fantastische weer wat ik gehad heb (het schijnt de dagen ervoor enorm gewaaid te hebben en in de avond is het gaan regenen…), maar zeker ook dankzij de enorm aardige, vriendelijke en behulpzame mensen die ik ontmoet heb. Het echtpaar dat me op de Zwarte Roodstaart wees, maar ook anderen die me tips gaven, Barbara met haar passie voor de Jan-van-Genten en natuurlijk de familie die ervoor gezorgd heeft dat ik toch nog op tijd bij de trein was en de boot kon halen. Maar de beste herinnering heb ik natuurlijk aan de prachtige vogels die ik die dag heb mogen bewonderen, zien en fotograferen in het meest fantastische landschap. Het was in 1 woord: GEWELDIG!