Voordat ik naar Noorwegen vertrok, had ik ook nog een afspraak met Arie gemaakt om er een dag opuit te gaan. Dus 2 dagen na mijn nogal omslachtige thuiskomst, kon ik m’n spullen weer tevoorschijn halen en zat ik ’s ochtends om half 8 met Arie in de auto onderweg naar Nationaal Park De Hoge Veluwe. Ik vond het prima om wat dichter bij huis te blijven en niet al te vroeg weg te hoeven. Afgelopen dagen waren natuurlijk best intensief geweest, dus een dag een beetje rustigaan… Arie had een nieuwe bestemming in het Park bedacht. Hij had voorgesteld om naar Jachthuis Sint Hubertus te gaan. Ik kende het van naam, maar kon me niet herinneren dat ik er eerder geweest was. Arie wist te vertellen dat je er een wandeling kon maken rond de “vijver” die bij het Jachthuis ligt wat me een prima idee leek. De zon stond, zoals de afgelopen tijd, al behoorlijk z’n best te doen toen we bij het park aankwamen.
Onze eerste bestemming was het Bosje van Staf. Onderweg ernaar toe hielden we even halt bij een mooie Roodborsttapuit en iets verderop bij een enthousiast zingende Boompieper. We zijn tot het einde gereden vanwaar je een mooi uitzicht over het Oud-Reemsterzand hebt. We hoopten op roofvogels als Blauwe Kiekendieven, Buizerds of Wespendieven, maar buiten een Buizerd op afstand was het er behoorlijk rustig. We besloten dan ook maar door te rijden naar Sint Hubertus om ons geluk daar te beproeven. Met een foto van een familie Raven namen we afscheid van Staf en zijn noordwaarts gereden naar het Jachthuis. Omdat we, natuurlijk, met de raampjes open reden, hoorden we de prachtige zang van een Boomleeuwerik. Daar moest wel even voor gestopt worden en zo kon ik een mooie foto maken en een klein filmpje om ook zijn zang goed vast te leggen. Ik kon vanuit de auto filmen, het waaide niet te hard en daardoor kwam de zang heel mooi binnen.
De Boomleeuwerik
Iets na 10en kwamen we aan bij een parkeerplaatsje aan de zuidkant van de vijver wat bij het Jachthuis ligt. Het was ondertussen warm geworden, de lucht was strakblauw en we begonnen aan de wandeling rond de vijver. Helemaal aan het begin van de vijver (en onze wandeling) hebben we even het uitzicht over de vijver met in de verte het Jachthuis bekeken en heb ik de Libellen en de Witte Kwikstaart op de foto gezet. Al snel had Arie, hij is meestal degene die als eerste iets ziet, een Zeearend in de gaten, op grote afstand, maar door zijn omvang heel herkenbaar. Het bleek dat we de lucht extra goed in de gaten moesten houden, want de Zeearend was nog niet verdwenen of een Boomvalk verscheen in beeld. Het mooie weer, en daarmee de thermiek, zal daar wel bij geholpen hebben. Direct na de boomvalk vloog er een opvallend witte Buizerd in het beeld, maar daar bleek de Boomvalk het niet mee eens te zijn en volgde er een akkefietje hoog in de lucht. De Buizerd draaide weg en daarop verdween ook de Boomvalk in de verte.
Terwijl Arie de lucht in de gaten hield, heb ik me een tijd bezig gehouden met het fotograferen van Libellen en Waterjuffers. Tja, en als je er een paar zittend hebt vastgelegd, kan ik het dus niet laten te proberen ze vliegend vast te leggen. Nou zijn vogels al best wel lastig, maar Libellen… En toch lukte het een aantal keer en was ik best tevreden met een paar resultaten. Langzaam zijn we doorgelopen en kwamen aan bij het theehuis van het Jachthuis. We vonden dat we wel een verkoeling verdiend hadden vanwege de inspanning in de warmte en zijn even lekker op het terrasje gaan zitten. Het was even heerlijk in de schaduw waarna we bijgetankt door de binnenplaats van het Jachthuis weer via de westkant van de vijver naar de auto zijn gelopen. We kwamen helaas niks meer tegen en ook in de lucht bleef het stil.
Terwijl we op het terras zaten, hadden we besloten naar het bezoekerscentrum te rijden en naar de schuilhut van de Landschappentuin te gaan. Misschien dat daar vanwege de warmte en droogte nog wat leuks te zien zou zijn.
Toen we uit de auto stapten bij het bezoekerscentrum, was de warmte goed te voelen. Ik heb al m’n spullen weer op m’n rug gehesen en we zijn naar de Lanschappentuin gelopen. Onderweg kreeg ik nog een Winterkoninkje in beeld, maar daar bleef het bij. Aangekomen bij de hut bleken we de enige twee bezoekers te zijn. We hebben een tijdje zitten turen door de kijkgleuven waarbij er af en toe iets leuks verscheen, maar door de grote afstand en het harde licht eigenlijk niet te fotograferen was. Arie ging dan ook even liggend bedenken wat er zoal zou kunnen verschijnen, maar toen dit andere bezoekers werden, zijn wij weer verder gegaan. Op de weg terug naar de auto hielden we nog even halt bij de ven om het Dodaarsgezinnetje te observeren. Daarna door naar de auto waar we maar weer even gingen overleggen wat te doen. Omdat het echt warm geworden was, wat de activiteit van de vogels niet beter maakte, het licht knoerhard was en we het eigenlijk wel best vonden, besloten we weer richting huis te rijden.
De hele dag hadden we het al over soorten die we verwachten en waarop we hoopten en de Wespendief viel in beide categorieën. Dit is echt een beetje een mysterieuze soort waar ik alleen nog maar wat vliegbeelden van had weten te maken. Toen we weer in de buurt van het Bosje van Staf kwamen, liet Arie me ineens stoppen. Hij had iets gezien in een boom voor ons en toen we de vogel weer in beeld kwam, bleek dit een Wespendief te zijn! Zittend in een boom! Nog nooit zo gezien! Ik heb de auto zo neer kunnen zetten dat ik de vogel redelijk in beeld kreeg en kon er gelukkig verschillende foto’s van maken. Helaas was het wel behoorlijk tegen het licht in, maar goed: zo had ik hem nog niet eerder kunnen fotograferen. Na een kleine minuut vloog de vogel weer door en ik dacht dat dit het was. Maar nee: de vogel ging maar een klein stukje verderop zitten om de omgeving goed te kunnen observeren. Hij zat er nu veel mooier voor en ook toen ik de auto wat moest verplaatsen om hem beter in beeld te krijgen, bleef hij heel mooi zitten. Je kon zien dat hij echt bezig was de omgeving af te zoeken naar z’n prooidieren en nam daar lekker de tijd voor. Het lukte om er weer een hele serie foto’s van te maken, in veel mooier licht deze keer, en nadat ik dacht dat ik wel voldoende verschillende poses had kunnen vastleggen, zijn we weer vertrokken.
Daarna ben ik doorgereden en hebben we nergens meer voor hoeven stoppen. Maar wat een einde van een mooie dag! De roofvogels hadden zich prachtig laten zien vandaag, waarschijnlijk juist vanwege het mooie weer, maar de afsluiting met de Wespendief was het echte hoogtepunt. Eindelijk de gedroomde foto’s van een bijzondere soort!