Dag 4
’s Ochtends bij het ontbijt bleken Gerard en Vincent aangekomen te zijn in Varangertunet. Zij hadden er al een heel vroege ochtend vogelen en reizen opzitten. Ze vertelden dat hun idee was om dagelijks ’s nachts/’s ochtends erop uit te gaan, aangezien het 24 uur licht is, te ontbijten en er dan weer op uit om na het diner even te slapen en dan ’s nachts weer op pad. Op deze manier haal je natuurlijk het maximale uit je verblijf, maar voor mij zou dat toch een beetje teveel geworden zijn. In Pasvik bleek dat ze niet zo heel veel hadden gezien en zeker niet hadden kunnen fotograferen. Maar hetgeen ze wel hadden zag er bijzonder fraai uit, zoals een Eland, Roodkeelduiker en, zeer jaloersmakend, een Houtsnip. (Nadat we weer in Nederland waren en de foto’s bekeken en geselecteerd hadden, kreeg ik van Vincent een reisverslag met daarin hun prachtige foto’s bijgevoegd).
Ik wilde vandaag beginnen met opnieuw te gaan kijken of de Velduil er misschien zou zijn. Ik had ook bedacht het pad langs de Storeelva af te lopen om maar niet de hele dag weer in de auto te zitten. Weer bleek het een enorm zonnige dag te zijn wat voor mijn eerste model, een Zeearend, bijna té zonnig was met de weerspiegeling van het licht op het Fjord achter hem. Daarna weer doorgereden voorbij Ekkerøy en de auto bij de gebouwtjes neergezet. Ik was best een beetje zenuwachtig of ik deze keer meer geluk zou hebben en heb weer een tijdje half verscholen achter het schuurtje gestaan. Maar al wie er kwam… geen Velduil. De enige die er even kwam zitten was een Kramsvogel, maar door de felle zon werden de plaatjes daarvan niet geweldig. Ik ben dus maar het pad gaan aflopen in de hoop daar meer te zien. Helemaal vooraan het pad begon het lekker met een paar Barmsijsjes. Ik begon maar met het maken van de foto’s op grotere afstand, maar ze bleken behoorlijk benaderbaar en ik kon steeds iets dichterbij komen staan. Heel langzaam ben ik ook weer achteruit gegaan toen ik mijn gewenste plaatjes had en ben ik het pad verder gaan vervolgen. Ik vond er opvallend weinig zitten maar werd wel verrast door een juveniele Zeearend die vrij laag overvloog. Wat een giganten zijn dat toch! Ik ben doorgelopen tot ik bij een meertje aan de linkerkant kwam en bedacht dat het ook wel eens interessant zou kunnen zijn dit te bekijken. Ik worstelde me door de Wilgenstruikjes heen en kwam bij de oever van het meertje. Op het water zat niks en daarom ben ik wat gaan eten en bedacht dat het leuk zou kunnen zijn met m’n groothoeklens te gaan experimenteren met filters. Een grijsfilter zou hier niet zoveel kunnen betekenen, die had ik al een keer eerder bij de stroomversnellingen in de Storeelva getest, maar met de polarisatiefilter dacht ik wel mooie effecten te kunnen krijgen. De lucht en het water werden heel mooi diep-blauw en daarmee was het experiment alweer klaar. Ik heb me weer een weg gebaand door de struikjes en ben weer naar de gebouwtjes gelopen. Halverwege vloog er Kleine Jager behoorlijk laag over en toen ik weer bij de auto was, vloog er een volwassen Zeearend voorbij. Toch weer leuke resultaten voor deze wandeling, maar ja… het waren geen Velduilen.
“Kittiwake, Kittiwake…”
Omdat het de eerste keer mistig was toen ik naar Vardø was gereden en ik daardoor de geelsnavelduiker misschien niet op z’n allermooist had kunnen afbeelden, bedacht ik door te rijden naar Vardø om te bekijken of de omstandigheden nu misschien gunstiger zouden zijn. Naarmate ik dichterbij kwam, bleek dat helaas niet het geval. Het was misschien nog wel mistiger dan de eerste keer en de Geelsnavelduiker was nergens te zien. Wel trof ik hier Vincent en Gerard en ook zij hadden de Duiker nog niet kunnen waarnemen. Terwijl we het daar zo over hadden en ik het Østervågen afkeek, kwam er een donkere, schimmige gedaante van ver onze kant op zwemmen. Ik zei tegen de mannen: “Komt hij daar niet net aan?” en zij zagen al snel dat hij het was. Hij zwom weer naar het midden van het water en Vincent en Gerard besloten naar de overkant te gaan en af te dalen tot de waterkant om vanaf daar te proberen hem goed vast te leggen. Toen ik later daar de resultaten van zag, kon ik bevestigen dat ze daar zeker in geslaagd waren!
Aangezien de omstandigheden hetzelfde leken als 2 dagen eerder, besloot ik niet langer te blijven en weer op m’n gemak terug te gaan richting het westen. Als eerste maakte ik een stop bij het haventje van Kiberg. Ook daar was het nog mistig (eigenlijk kon je het vergelijken met de “lijn” die over het schiereiland loopt waar ten oosten van de hevige sneeuwstormen in maart woedden en de zon ten westen ervan scheen) maar ik zag daar wel iets nieuws: op een groot betonnen gebouw was een houten raamwerk gemaakt waar Drieteenmeeuwen op konden nestelen en dus ook deden. Het had nu de zeer toepasselijke naam “Kiberg Kittiwake Hotel”. Geweldig! Tijdens eerdere bezoeken had ik begrepen dat het niet goed gaat met de Drietenen, maar met dergelijke initiatieven (ook te zien in de haven van Vardø) worden de Meeuwen enorm geholpen, denk ik. Ik heb een tijdje in de shelter van Bioptope gezeten en een aantal filmpjes gemaakt van het Hotel. Met name om te zien hoe de Meeuwen druk bezig zijn een plekje te vinden, maar natuurlijk ook om hun geluid op te nemen, dat waar ze in het Engels hun naam aan te danken hebben. Na Kiberg doorgereden naar Ekkerøy met alleen nog een korte stop voor een Moerassneeuwhoen dat een plekje had gevonden om te gaan zitten waar ik ze nog niet eerder gezien had: op een dak op de schoorsteen. Nadat ik weer wat verder gereden was, vond ik nog een Moerassneeuwhoen. Dit dier was alleen zeer onfortuinlijk. Het was aangereden en het lag levenloos bij een busstop. Door de veren om hem heen en de nummerplaat van de auto die hem getroffen had naast hem, leek het dat het nog maar net gebeurd was. Wat ontzettend sneu en zonde van zo’n mooi dier…
Bij Ekkerøy bleek ik niet de enige aanwezige. Er stonden nog enkele auto’s en een busje van een vogelreisorganisatie bij de parkeerplek naast de shelter van Biotope. Een groepje vogelaars/fotografen bleek op het “strand” te zijn gaan zitten om ruziënde Kemphanen van zo dicht mogelijk bij vast te kunnen leggen.
Dat ze daarmee andere soorten van hun foerageerplek verjaagden, leek niet te zijn doorgedrongen… Ik zag 1 vrouw afgezonderd van de groep bezig, van achter het hek andere soorten te fotograferen. In eerste instantie ben ik op afstand van haar blijven staan om niet iets voor haar te verstoren, maar de vogels leken zich van haar niet veel aan te trekken en toen ik zag dat er verschillende soorten zaten, besloot ik ook wat dichterbij te komen. Vanaf die plek kon ik al vrij snel weer wat dag-soorten bijschrijven, zoals Bonte Strandlopers, Rosse Grutto’s, Paarse Strandlopers, een (natuurlijk) Witte Kwikstaart, een Steenloper en een Huismusstrandloper. Op een bepaald moment zag ik een soort die ik meteen herkende en waarvan ik zeker wist dat ik ze op Varanger nog niet eerder gezien had, maar wat wel zeker een wenssoort was. Er liep een aantal Kleine Strandlopertjes! Een aantal jaar geleden had ik deze soort in de Oostvaardersplassen gezien tijdens de najaarstrek. Ze zijn dan ook heel leuk om te zien, maar hebben natuurlijk nog niet hun prachtige broedkleed. En hier hadden ze dat wel. Een prachtig oranje/bruin kopje en schitterende vleugeltekening in bruin, oranje en crème dat een mooie “V” op de schouders vormt. Ik ben me helemaal wild gaan schieten om er zeker van te zijn dat ik, ondanks de enorme wind en een daardoor trillend statief, mooie plaatjes van deze heel leuke soort zou hebben. Zo had ik de 2 soorten, Krombekstrandloper én Kleine Strandloper, die ik allebei 7 september 2018 voor het eerst zag en waarvan ik de wens had ze hier in hun zomerkleed te gaan zien, eindelijk te pakken! Helemaal perfect!
Bij Ekkerøy was de mist al grotendeels weg, maar was het nog bewolkt. Toen ik op Vadsøya aankwam was er een heldere lucht en scheen de zon… Ik hoopte dat de Grauwe Franjepootjes weer op het meertje Dammen neergestreken waren, dus liep ik snel naar het water en zag dat ik ook hier niet de enige was… Een groepje Spaanse vogelaars was er ook neergestreken en leken het ook op de Grauwe Franjepootjes voorzien te hebben. Helaas hielden ze daardoor een aantal mooie plekken bezet en moest ik genoegen nemen met een plaats op de 2de rij. Natuurlijk is dat jammer, zeker toen bleek dat de omstandigheden perfect waren. De felheid van de zon was iets getemperd, het licht had nog geen rode gloed waardoor de kleuren van de Franjepootjes prachtig uitkwamen, helemaal tegen het donkerblauw van het water. Ik ben op de meest gunstige plaats die nog over was gaan zitten en hoopte dat de vogels zo af en toe mijn kant op zouden komen. Dat gebeurde inderdaad wel eens, maar dit had ook een negatieve uitwerking op de Spaanse gasten. Een aantal bleef maar heen en weer lopen achter mij langs, dan weer half ervoor. Het was enorm onrustig en ook de vogels werden er niet rustiger van. Het bleek de Spanjaarden eigenlijk maar om 1 ding te doen te zijn: als 2 Franjepootjes ook maar de neiging vertoonden te gaan paren, werden de fotografen helemaal dol en stoven ze op het koppeltje in kwestie af om te proberen juist daar een foto van te maken. Er werd dan luid in het Spaans “Paren, paren” geroepen wat het teken voor iedereen was om daar de lenzen op te richten. Al met al ontzettend vervelend en het ontnam mij het plezier daar te zijn. Gelukkig leek mijn tactiek ook te werken. Af en toe kwamen er Franjepootjes vlak aan mij voorbij zwemmen en kon ik toch nog aardige plaatjes maken. Ook kon ik nog een Kuifeend en een Bosruiter in dit mooie licht fotograferen en een aantal Kemphanen die ook niet ver van me vandaan gingen zitten. Daarmee was de soortenlijst wel compleet. Ik ben zelf ook nog even een voyeur geweest door 2 parende Grauwe Franjepootjes vast te leggen, al was dit wel op, naar mijn idee, gepaste afstand…
Rond 7uur ben ik weer naar Varangertunet gereden want ik ’s ochtends aangegeven die avond graag mee te eten. Dit is altijd zeer de moeite en het tijdig stoppen met vogelen waard. Ik kon weer terugkijken op een heel geslaagde dag waarbij het vinden van de Kleine Strandloper voor mij absoluut het hoogtepunt was. Heerlijk!